Begrippen


A 

Aandeel 
Bewijs van deelneming in het kapitaal van een onderneming die aan de beurs genoteerd staat. 


Actief beleggen

Op grond van een bepaalde marktvisie wordt afgeweken van de benchmark met als doel te proberen een betere performance te behalen.

Actieve deelnemer
De werknemer die bij de werkgever in dienst is en pensioen opbouwt in de pensioenregeling van de werkgever. 

Actuariële en bedrijfstechnische nota (ABTN)

Pensioenfondsen dienen te werken volgens een actuariële en bedrijfstechnische nota (ABTN), waarin de financiële opzet van het pensioenfonds en de grondslagen waarop deze berust, gemotiveerd zijn omschreven.

Actuaris

De actuaris van een pensioenfonds bepaalt hoe hoog de benodigde koopsom of premie moet zijn voor bepaalde verplichtingen van het pensioenfonds. De actuaris verricht risicoanalyses en bepaalt welk bedrag voor toekomstige verplichtingen van het pensioenfonds moet worden gereserveerd.

Afkoopsom

Het bedrag aan afkoopwaarde dat in één keer wordt uitgekeerd wanneer een pensioen wordt afgekocht.

Afstandsverklaring
Schriftelijke verklaring waarin afstand wordt gedaan van bepaalde (pensioen)rechten, bijvoorbeeld het bijzonder partnerpensioen.

Algemene nabestaandenwet (Anw)

De Algemene nabestaandenwet (Anw) heeft per 1 juli 1996 de Algemene weduwen- en wezenwet vervangen (AWW). Het is een volksverzekering, die geldt voor alle ingezetenen van Nederland en degenen die in dienst zijn van een Nederlandse werkgever. De Anw voorziet in uitkeringen bij overlijden van een verzekerde aan de partner van de verzekerde. Tevens kent de Anw een uitkering voor de ex-partner ten opzichte van wie de overleden verzekerde een alimentatieplicht had en voor kinderen die door het overlijden van een verzekerde ouderloos zijn geworden. Het recht op een Anw-uitkering (met uitzondering van de uitkering voor wezen) is afhankelijk van leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeidsgeschiktheid van de nabestaande. Een eventueel eigen inkomen is van invloed op de hoogte van de Anw-uitkering.

Algemene ouderdomswet (AOW)
Volksverzekering die geldt voor alle ingezetenen van Nederland en voor degenen die in dienst zijn van een Nederlandse werkgever. De uitkeringen gaan in op de eerste dag van de maand waarin de verzekerde 65 jaar wordt. De hoogte van de uitkeringen is niet afhankelijk van het loon dat gedurende een eventuele loopbaan is verdiend, maar is afhankelijk van de burgerlijke staat en de gezinssituatie waarin de verzekerde verkeert.

Anw-gat (Anw-hiaat)
Het verschil tussen de uitkering die een nabestaande uit hoofde van de Algemene weduwen- en wezenwet (AWW) kon verkrijgen en de uitkering die een nabestaande uit hoofde van de Algemene nabestaandenwet (Anw) verkrijgt.

AOW-gat (AOW-hiaat)

Per 1 januari 2015 zal de partnertoeslag van personen die een uitkering ingevolge de Algemene ouderdomswet (AOW) ontvangen en een partner hebben die jonger is dan 65 jaar, komen te vervallen. Voor personen die zijn geboren op of na 1 januari 1950 kan het gezamenlijke inkomen hierdoor tijdelijk lager worden. Dit wordt het AOW-gat genoemd. De grootte van dit gat is afhankelijk van het leeftijdsverschil tussen beide partners.

Arrest Boon/Van Loon

Voor scheidingen die plaatsvonden tussen 27 november 1981 en 1 mei 1995, waren regels van kracht met betrekking tot pensioenen, die voortvloeiden uit het Arrest Boon/Van Loon van de Hoge Raad. De op de scheidingsdatum opgebouwde pensioenaanspraken maakten deel uit van de te scheiden boedel bij echtscheiding en bij ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed. Deze verrekening van pensioenaanspraken vond plaats indien al of niet overeengekomen huwelijkse voorwaarden daartoe aanleiding gaven. Er diende sprake te zijn van enige mate van vermogensgemeenschap. Als gevolg van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS) is dit arrest niet meer van toepassing voor scheidingen na 1 mei 1995.

Asset Liability Management (ALM)
Het afstemmen van de beleggingsmix op de verplichtingen. Het uitvoeren van een ALM-studie kan een pensioenfonds behulpzaam zijn bij het kiezen van de juiste beleggingsmix.

Autoriteit Financiële Markten (AFM)

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is toezichthouder op het gedrag van en de informatieverstrekking door alle partijen op de financiële markten in Nederland.


B

Beleggingsbeleid
Een pensioenfonds is verplicht om op prudente wijze te beleggen. Het beleggingsbeleid is enerzijds gericht op het zoveel mogelijk uitsluiten van beleggingsrisico's en anderzijds op het behalen van een zo hoog mogelijk rendement. Bovendien moet de afstemming van de beleggingen op de verplichtingen juist zijn.

Beleggingsmix
(asset allocatie)
De verdeling van beleggingen over verschillende beleggingscategorieën, zoals zakelijke waarden en vastrentende waarden
.

Benchmark

Objectieve maatstaf voor zowel de samenstelling als de performance van het belegde vermogen. Een benchmark is een mandje van bijvoorbeeld een aantal aandelen. In beginsel bepaalt de totale waarde van alle uitstaande aandelen de waarde van een index; fluctuaties in de waarde van de index worden daarom veroorzaakt door koersfluctuaties van de in de index opgenomen aandelen.

Bereikbaar pensioen

Het pensioen dat een deelnemer zou kunnen behalen, als deze tot de pensioendatum aan de pensioenregeling zou blijven deelnemen. Hierbij wordt verondersteld dat de berekeningsgrondslagen in die periode gelijk blijven.

Beschikbare premieregeling

Pensioenregeling waarin de hoogte van de verzekerde pensioenen afhankelijk is van de krachtens de pensioenregeling beschikbare premie en de daarmee te behalen beleggingsopbrengsten. Met behulp van actuariële grondslagen en methoden wordt bij pensioneren de precieze hoogte van het pensioen vastgesteld.

Bijzonder partnerpensioen

Indien een huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingsovereenkomst van een (gewezen) deelnemer eindigt, krijgt de ex-partner een premievrije aanspraak op partnerpensioen, wat dan bijzonder partnerpensioen wordt genoemd. De (ex-)partners kunnen desgewenst een afwijkende regeling overeenkomen.


C

Code Pensioenfondsen
Code die is opgesteld door de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid, waarmee zij normen formuleren voor goed pensioenfondsbestuur. De Code Pensioenfondsen is in de plaats gekomen van de Principes voor goed pensioenfondsbestuur.

C
ollectieve beschikbare premieregeling (CDC-regeling)
Pensioensysteem waarbij de werkgever zich er uitsluitend toe verplicht een vaste premie te betalen. Bij dit soort pensioenregelingen wordt het risico van een tekort door de deelnemers gezamenlijk gedragen. De werkgever is niet verantwoordelijk voor het aanvullen van eventuele premie- of dekkingstekorten. Dit risico wordt collectief gedragen door de deelnemers.

C
ommodities (grondstoffen)
Ruwe basismaterialen die worden gebruikt bij het produceren van goederen, zoals olie, ruwe metalen, katoen en koffie.

Compliance officer

Een onafhankelijke toezichthouder die toetst of de gedragscode en de wettelijke regelingen met betrekking tot koersgevoelige informatie en privé-effectentransacties worden nageleefd door het bestuur, de medewerkers en de overige verbonden personen van het pensioenfonds. 

Contante waarde

Het bedrag dat op dit moment nodig is om in de toekomst één of meer betalingen te kunnen verrichten, waarbij rekening is gehouden met rente en actuariële grondslagen.

Consumentenprijsindex (CPI)

De Consumentenprijsindex (CPI) wordt maandelijks berekend en gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De CPI meet de gemiddelde prijsverandering in de loop der tijd van goederen en diensten die huishoudens voor hun levensonderhoud aanschaffen.

Continuïteitanalyse

Analyse in het kader van het Financieel Toetsingskader (FTK) waarbij de financiële opzet en positie van het pensioenfonds voor de lange termijn wordt beoordeeld.

Conversie

Omzetting van pensioenaanspraken in andere pensioenaanspraken. Conversie kan bijvoorbeeld plaatsvinden na het maken van een keuze tussen partnerpensioen en een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen, wat uitruil van partnerpensioen wordt genoemd. Ook kan conversie plaatsvinden in geval van conversie zoals bedoeld in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS).

Core-satellite benadering

Het hanteren van een beleggingsportefeuille met als basis een kern (core) portefeuille, bestaande uit beleggingen die de vermogensbeheerder met een laag risico ten opzichte van de benchmark beheert. Daaraan worden toegevoegd satelliet (satellite) portefeuilles met beleggingen die door de vermogensbeheerder met een hoger risico ten opzichte van de benchmark worden beheerd. De kern zorgt in deze opbouw voor relatief lage risico's en lage kosten, zodat aan de satelliet portefeuilles meer risico kan worden toebedeeld en er meer aandacht kan worden besteed aan kansen op outperformance.

Credits

Verzamelnaam voor beleggingen in vastrentende waarden met uiteenlopende ratings.

Custody
De bewaarneming van effecten. Een effectenbewaarder (custodian) bewaart de fysieke stukken, zoals aandelen en obligaties.



D

Deelnemer
Een persoon voor wie gelden in een pensioenfonds worden bijeengebracht. Deelnemers zijn dus personen die deelnemen aan een pensioenregeling en die op grond daarvan pensioenaanspraken verwerven.

Deelnemersbijdrage (deelnemerspremie)

Periodieke betaling die de deelnemer is verschuldigd voor de financiering van een pensioenaanspraak.

Deelnemersjaren
De jaren die een werknemer heeft doorgebracht als deelnemer aan een pensioenregeling. Dit zijn de jaren die meetellen voor de opbouw van pensioenaanspraken.

Dekkingsgraad

De verhouding tussen enerzijds de contante waarde van de op dat moment geldende reglementaire pensioenaanspraken en anderzijds het aanwezige vermogen. Het aanwezige vermogen is de som van de contante waarde van pensioenaanspraken die op dat moment zijn gefinancierd, en de eventuele algemene en extra reserve.

Dekkingstekort
De situatie dat de middelen van het pensioenfonds niet langer toereikend zijn om de voorziening pensioenverplichtingen en de reserve voor algemene risico's te dekken.


De Nederlandsche Bank (DNB)

Orgaan dat (prudentieel) toezicht houdt op financiële instellingen. Prudentieel toezicht is toezicht dat is gericht op het bevorderen van de financiële degelijkheid van financiële instellingen, waaronder pensioenfondsen. 

Deskundigheidstoets
Om de mate van deskundigheid te waarborgen, dient het bestuur van een pensioenfonds zelf te toetsen of het voldoet aan alle gestelde deskundigheidseisen. Door toepassing van een deskundigheidstoets kan inzicht worden verkregen in de kennis van zowel een individuele bestuurder als het bestuur als geheel.

Dienstjaren

De jaren die een werknemer heeft doorgebracht als medewerker van een onderneming.

Dienstjarenstelsel

Term die wordt gebruikt bij de nadere typering van een eindloonregeling. Bij salarisverhogingen worden in een eindloonregeling ook hogere pensioenaanspraken over voorgaande jaren gegeven. In het dienstjarenstelsel worden deze hogere pensioenaanspraken alleen verleend over de jaren waarin de werknemer deelnemer was aan de pensioenregeling.

Discontovoet
Een berekeningsmethodiek waarmee de waarde van de verplichtingen wordt berekend.

Diversificatie
Het spreiden van risico's, waardoor de efficiëntie van een beleggingsportefeuille kan worden vergroot. Dit betekent dat het risico daalt en/of het verwachte rendement toeneemt.


Duration

De koersgevoeligheid van een bepaalde vastrentende waarde voor veranderingen in de rentestand.


E

Effectentypisch gedragstoezicht (ETGT)
Toezicht door de Autoriteit Financiële Markten op integer gedrag op de effectenmarkten. Een goede werking van de markt en
het vertrouwen in de financiële markt staan hierbij voorop.

Eindloonregeling

Pensioenregeling waarin de hoogte van het (bereikbare) ouderdomspensioen afhangt van het pensioengevende jaarsalaris van de deelnemer direct voorafgaand aan de pensioendatum.

Eindtermen
De geschiktheidseisen waaraan een bestuurder van een pensioenfonds moet voldoen.

Emerging markets
Dit zijn financiële markten van ontwikkelingslanden, die vaak worden gekarakteriseerd door de snelle maar ook onstabiele economische groei. Het risico, maar ook het verwacht rendement
van beleggen in emerging markets, is hoger dan van een belegging in ontwikkelde landen.

Externe waardeoverdracht

Een waardeoverdracht waarbij sprake is van een wijziging van dienstverband.


F

Factor A (pensioenaangroei)
Aanduiding voor de pensioenaangroei die in een kalenderjaar heeft plaatsgevonden. Voor de bepaling van de lijfrentepremieaftrek in een bepaald kalenderjaar moet bij de bepaling van de jaarruimte rekening worden gehouden met deze pensioenaangroei. Het betreft hier alleen de pensioenaangroei van ouderdomspensioen.

Financial Accounting Standards paragraaf 87 (FAS 87)
De Financial Accounting Standards (FAS) worden vastgesteld door de Financial Accounting Standards Board (FASB) in de Verenigde Staten. Paragraaf 87 van de FAS bevat voorschriften op het gebied van de verwerking van pensioenkosten in de jaarrekening van ondernemingen. FAS 87 is van belang voor (Nederlandse dochtermaatschappijen van) concerns die in de Verenigde Staten een beursnotering hebben.


Fictieve deelnemersjaren
De periode die bij de berekening van de pensioenaanspraken in aanmerking wordt genomen, maar gedurende welke een persoon niet bij de betreffende werkgever in dienst was. Bij de berekening van een partnerpensioen wordt bijvoorbeeld uitgegaan van de bereikbare deelnemersjaren in plaats van de werkelijk behaalde deelnemersjaren. Ook bij de overgang naar een ander pensioensysteem worden wel fictieve deelnemersjaren toegekend.

Financieel Toetsingskader (FTK)
Benaming van het nieuwe toezichtregime dat sinds 1 januari 2007 van toepassing is op de financiële positie en het financiële beleid van pensioenfondsen. De nieuwe waarderingsmethoden hebben de actuariële principes pensioenfondsen vervangen. Het nieuwe toezichtregime is vastgelegd in de Pensioenwet (PW).

Franchise
Drempelbedrag waarover geen pensioenopbouw plaatsvindt. De hoogte van de franchise is gebaseerd op een in het pensioenreglement omschreven vast bedrag. Bij Stichting Pensioenfonds Xerox wordt de franchise jaarlijks per 1 januari aangepast, waarbij als uitgangspunt de fiscaal toegestane minimumfranchise wordt gehanteerd.


FVP-regeling
Deze regeling stelt onvrijwillig werkloze werknemers in staat om hun pensioenregeling tijdens de werkloosheidsperiode voort te zetten. De FVP-regeling is met ingang van 1 januari 2011 gesloten voor nieuwe toetreders.



G

Gedragscode
Schriftelijk stuk waarin regels en richtlijnen worden gegeven ter voorkoming van belangenconflicten tussen het zakelijke belang en de privébelangen van bestuur, medewerkers en overige verbonden personen van het pensioenfonds en van misbruik van vertrouwelijke informatie door bestuur, medewerkers en overige verbonden personen van het pensioenfonds.

Geschiktheidsplan
Schriftelijke uiteenzetting over de geschiktheid van het bestuur van een pensioenfonds.

G
eregistreerd partnerschap

Op 1 januari 1998 is de Wet geregistreerd partnerschap voor ongehuwden in werking getreden. Deze wet heeft onder meer tot gevolg dat een bij de burgerlijke stand geregistreerde partner voor pensioenrechtelijke zaken wordt gelijkgesteld met een gehuwde partner.


Gewezen deelnemer
Werknemer of gewezen werknemer door wie op grond van een pensioenovereenkomst geen pensioen meer wordt verworven en die bij beëindiging van de deelneming een pensioenaanspraak heeft behouden jegens een pensioenuitvoerder. In plaats van gewezen deelnemer worden ook wel de termen slaper en/of inactieve deelnemer gebruikt.



H

Herbalanceren
Beleid van periodiek herwegen van de asset allocatie van de portefeuille of
benchmark.

Herstelplan
Plan van aanpak gericht op het herstel van een dekkingstekort of een reservetekort bij een pensioenfonds. Binnen drie maanden na het ontstaan van de situatie van onderdekking dient het bestuur van het pensioenfonds een herstelplan bij De Nederlandsche Bank (DNB) te hebben ingediend.

Herverzekering
Pensioenfondsen kunnen bepaalde risico's of verplichtingen die zij verzekeren, geheel of gedeeltelijk onderbrengen bij een verzekeringsmaatschappij. Stichting Pensioenfonds Xerox heeft het overlijdensrisico herverzekerd.

High yield
Obligaties worden bestempeld als high yield als ze zijn uitgegeven door minder kredietwaardige bedrijven. Het verwachte rendement maar ook het risico op zulke leningen is hoger dan op credits en staatsleningen.

Hoog-laag constructie
Constructie van variabele uitkeringshoogtes van het pensioen, waarbij het pensioen dat een deelnemer vanaf de pensioendatum ontvangt wordt omgezet in een pensioen dat eerst hoger en daarna lager is dan het reglementaire pensioen. Op grond van fiscale wetgeving is een variatie tussen de hoogste en de laagste uitkering van maximaal 100:75 toegestaan.



I

International Accounting Standard 19 (IAS 19)
De IAS 19 heeft betrekking op de wijze waarop de financiële consequenties van de pensioenregeling in de jaarverslaglegging van de onderneming tot
uitdrukking dienen te worden gebracht.

Indexbeleggen
Een passieve beleggingsstijl waarbij de samenstelling (en daarmee de performance) van een gekozen benchmark zo nauwkeurig mogelijk wordt nagebootst.

Inflatie 
Waardevermindering van geld. Er zijn twee soorten inflatie:
? Prijsinflatie: consumenten kunnen steeds minder kopen als ze hetzelfde geld blijven besteden.
? Looninflatie: personen verdienen steeds minder als ze langdurig hetzelfde salaris blijven krijgen.

Interne waardeoverdracht
Waardeoverdracht is mogelijk zonder dat sprake is van een wijziging van dienstverband. Te denken valt aan de omzetting van pensioenaanspraken bij dezelfde werkgever als gevolg van de invoering van een nieuwe pensioenregeling bij deze werkgever of de uitruil van pensioensoorten.

Intern toezicht
Het kritisch beoordelen van het functioneren van het (bestuur van het) pensioenfonds door onafhankelijke deskundigen. Het intern toezicht maakt deel uit van de pension fund governance principes. Bij Stichting Pensioenfonds Xerox is aan het intern toezicht invulling gegeven door het instellen van een visitatiecommissie.



J

Jaarrekening
De jaarrekening van het pensioenfonds wordt opgesteld als het jaarlijkse statenverslag aan De Nederlandsche Bank (DNB) en wordt opgenomen in het jaarlijkse jaarverslag van het pensioenfonds.

Jaarruimte
De maximale aanvullende premieaftrek boven de ongetoetste basisaftrek (de basisaftrek is met ingang van 1 januari 2003 vervallen), die een belastingplichtige van nog geen 65 jaar kan claimen voor het pensioentekort in een bepaald kalenderjaar. De jaarruimte is maximaal 17% van de pensioengrondslag.



K

Kapitaaldekkingsstelsel
Financieringsvorm waarmee pensioenaanspraken en kapitaal ter dekking van die aanspraken min of meer gelijktijdig worden opgebouwd. In beginsel moeten bij kapitaaldekking voor iedere individuele deelnemer voldoende besparingen aanwezig zijn om, samen met de contante waarde van de nog te verwachten premies of koopsommen, de contante waarde van de toekomstige pensioenuitkeringen te dekken. De Pensioenwet (PW) bepaalt dat pensioenfondsen verplicht zijn hun verplichtingen volgens het kapitaaldekkingsstelsel te financieren.

Koerswaarde
Waarde van een beleggingsobject als het op dit moment zou worden verkocht.

Kortingsmaatregel
Het verminderen van pensioenaanspraken en pensioenrechten door het pensioenfonds omdat de technische voorzieningen en het minimaal vereist eigen vermogen niet meer door waarden zijn gedekt.

Kortlevenrisico
Het risico dat een deelnemer korter kan leven dan op basis van de gehanteerde overlevingskansen wordt verwacht. Dit risico is onder meer van belang voor het partnerpensioen en voor overlijdensrisicoverzekeringen.

Kostendekkende premie
De premie die nodig is om de onvoorwaardelijke en (in voorkomende gevallen) voorwaardelijke onderdelen van de pensioenovereenkomst in dat jaar en voor de langere termijn na te komen.

Kredietrisico
Het risico dat een belegger bij de crediteur loopt ten tijde van het uitlenen van geld.



L

Laag-hoog constructie
Constructie van variabele uitkeringshoogtes van het pensioen, waarbij het pensioen dat een deelnemer vanaf de pensioendatum ontvangt wordt omgezet in een pensioen dat eerst lager en daarna hoger is dan het reglementaire pensioen. Op grond van fiscale wetgeving is een variatie tussen de hoogste en de laagste uitkering van maximaal 100:75 toegestaan.

Langlevenrisico
Het risico dat een deelnemer langer kan leven dan op basis van de gehanteerde overlevingskansen wordt verwacht. Dit risico is onder meer van belang voor het ouderdomspensioen.

Levensjarenstelsel
Term die wordt gebruikt bij de nadere typering van een eindloonregeling. Bij salarisverhogingen worden in een eindloonregeling ook hogere pensioenaanspraken over voorgaande jaren gegeven.

Liquiditeiten
Verzamelnaam voor kasgeld en snel contant te maken middelen als effecten.

Long duration investments (LDI)
Beleggingen in vastrentende waarden (vaak fondsen) met een relatief lange looptijd. Het doel is het renterisico van de verplichtingen af
te dekken.

Loonheffing
Loonheffingen zijn de loonbelasting, de premie volksverzekeringen en de premies werknemersverzekeringen.



M

Maatschappelijk verantwoord beleggen (duurzaam beleggen)
Een vorm van beleggen waarbij de investeerder de gevolgen voor mens en milieu laat meewegen.

Marktrente
De rente zoals deze op een bepaald moment op de financiële markt geldt.

Marktwaarde
Waarde van een beleggingsobject als het op dit moment zou worden verkocht.

Matching
Het optimaal afstemmen van de looptijd van de activa met de looptijd van de passiva. Wanneer een pensioenfonds aan zijn verplichtingen moet voldoen (pensioenen uitkeren), moeten daarvoor op tijd de beschikbare middelen vrijkomen. Perfecte matching/afstemming is nauwelijks mogelijk. Een zo goed mogelijke benadering wordt bereikt met Asset Liability Management (ALM).

Middelloonregeling
Pensioenregeling waarin de hoogte van het (bereikbare) ouderdomspensioen is gebaseerd op de gemiddelde pensioengrondslag die tijdens het deelnemerschap aan de pensioenregeling heeft gegolden.

Minimaal vereist eigen vermogen 
Het minimumbedrag van het bij wijze van buffer aan te houden eigen vermogen.



N

Niet-actieven
Aanduiding voor slapers en pensioengerechtigden.

Nominale rente 
De rente zonder rekening te houden met inflatie.



O

Ombudsman Pensioenen
Onafhankelijke instantie die als doel heeft het behandelen van klachten en geschillen die betrekking hebben op de uitvoering van het pensioenreglement van een pensioenfonds.

Onderdekking (dekkingstekort)
Situatie dat de middelen van het pensioenfonds niet langer toereikend zijn om de voorziening pensioenverplichtingen en de reserve voor algemene risico’s te dekken.

Ondernemingspensioenfonds
De Pensioenwet (PW) kent een beperkt aantal mogelijkheden om een pensioenregeling uit te voeren. Eén daarvan is het aan de onderneming verbinden van een ondernemingspensioenfonds. Ondernemingspensioenfondsen hebben vrijwel altijd de rechtsvorm van een stichting.

Onroerend goed (vastgoed)
Direct onroerend goed betreft beleggingen in onroerende goederen. Indirect onroerend goed betreft participaties in beleggingsfondsen die beleggen in onroerend goed. Indirect onroerend goed kan weer uit beursgenoteerde of niet-beursgenoteerde fondsen bestaan.

Ontslag
Beëindiging van het dienstverband met de werkgever anders dan door overlijden of pensionering, waardoor het deelnemerschap aan de pensioenregeling van Stichting Pensioenfonds Xerox wordt beëindigd.

Opbouwpercentage
De middelloonregeling van Stichting Pensioenfonds Xerox kent een opbouwpercentage van 2,25% per jaar.

Organogram
Een beschrijving van de interne organisatie van bijvoorbeeld een pensioenfonds.

Outperformance
Het verschil tussen het behaalde rendement en het rendement van de benchmark (positief).

Overdrachtswaarde
De op basis van actuariële grondslagen berekende contante waarde van in het kader van waardeoverdracht over te dragen pensioenaanspraken.

Overlevingstafel
Statistisch overzicht van onder meer overlevingskans per leeftijd van een groep personen.

Overlijdensrisico

Het risico dat schade optreedt als gevolg van sterfte die gemiddeld hoger of lager is dan verwacht.



P 

Passief beleggen
Hieronder kan worden verstaan indexbeleggen. Het is gericht op het zo laag mogelijk houden van de transactiekosten.

Pensioenaanspraak
Een recht op toekomstige pensioenuitkeringen. Het door de werkgever aan de werknemer toegezegde pensioen, wat in het pensioenreglement wordt vastgelegd.

Pensioenbreuk
De breuk in de pensioenopbouw die kan ontstaan als gevolg van het uittreden uit een pensioenregeling vóór de pensioendatum.

Pensioendatum
De door de deelnemer gekozen datum van pensionering.

Pensioenfederatie
Branchevereniging voor pensioenfondsen die is voortgekomen uit een samenwerking van de koepels voor ondernemingspensioenfondsen, beroepspensioenfondsen en bedrijfstakpensioenfondsen.

P
ensioen- en spaarfondsenwet (PSW)

Wet die op 1 januari 2007 is vervangen door de Pensioenwet (PW). Het doel van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) was de waarborging van pensioentoezeggingen aan werknemers in dienst van ondernemingen. De PSW was van toepassing op pensioentoezeggingen die een werkgever doet aan personen die zijn verbonden aan zijn onderneming.

Pensioengerechtigde deelnemer
Deelnemer die recht heeft op een pensioenuitkering. Dit kan een uitkering van ouderdomspensioen zijn, maar bijvoorbeeld ook een uitkering van wezenpensioen.


Pensioengevend jaarsalaris
Term waarmee wordt aangegeven welke elementen in de totale beloning van een deelnemer meetellen bij het bepalen van de op te bouwen pensioenaanspraken.

Pensioengrondslag
Het gedeelte van het salaris, dat de grondslag vormt voor de pensioenopbouw van een deelnemer. De pensioengrondslag wordt berekend door het pensioengevend jaarsalaris te verminderen met de franchise.

Pensioenovereenkomst
De arbeidsvoorwaardelijke afspraken tussen de werkgevers en de werknemers, welke betrekking hebben op pensioen.

Pensioenregister (mijnpensioenoverzicht.nl)
Register dat is opgezet door alle pensioenuitvoerders en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) gezamenlijk. Het vormt één ingang voor het overzicht van alle opgebouwde en op te bouwen pensioenaanspraken bij pensioenfondsen en verzekeraars én de opgebouwde AOW-rechten.

Pensioenreglement
Het pensioenreglement is een samenstel van regels, waarin de pensioenregeling is beschreven. Het pensioenreglement is de juridische basis waaraan de betrokkenen hun pensioenaanspraken en pensioenuitkeringen ontlenen. Het pensioenreglement bevat de rechten en verplichtingen van de deelnemers, de gewezen deelnemers en de pensioengerechtigde deelnemers.

Pensioenrichtdatum

De datum waarop krachtens de pensioenregeling het ouderdomspensioen ingaat. Voor een deelnemer in de pensioenregeling van Stichting Pensioenfonds Xerox betreft dit de datum waarop de deelnemer de 67-jarige leeftijd bereikt.

Pensioenuitvoerder
Een op grond van de Pensioenwet (PW) toegelaten pensioenfonds of levensverzekeraar die de pensioentoezegging voor de werkgever uitvoert.

Pensioenwet (PW)
Wet die per 1 januari 2007 de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) heeft vervangen.

Pension fund governance
De manier waarop het pensioenfonds is georganiseerd (structuur) en de verantwoordelijkheden worden uitgevoerd (processen).

Performance
De performance van (een deel van) het vermogen is het totale rendement op marktwaarde. Deze performance wordt vergeleken met de performance van de benchmark.

Premievrije aanspraak
Een premievrije aanspraak is een opgebouwde pensioenaanspraak waarvoor geen deelnemersbijdrage (meer) hoeft worden te betaald. Als het deelnemerschap aan een pensioenregeling eindigt, anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioendatum, krijgt de gewezen deelnemer een premievrije aanspraak op ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen. Als er sprake is van scheiding van een deelnemer, krijgt de ex-partner (als dit niet is uitgesloten door beide (ex-)partners) premievrije aanspraken op ouderdomspensioen en bijzonder partnerpensioen.


R

Rating
De rating van een belegging geeft een beoordeling weer van het kredietrisico van een bepaalde belegging.

Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA)
De Regeling inkomensvoorziening volledige arbeidsongeschikten (IVA) is onderdeel van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de wet die met ingang van 1 januari 2006 de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) heeft opgevolgd. De IVA is bestemd voor werknemers die na twee jaar ziekte volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.

Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten (WGA)
De Regeling werkhervatting gedeeltelijke arbeidsongeschikten (WGA) is onderdeel van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de wet die met ingang van 1 januari 2006 de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) heeft opgevolgd. De WGA is bedoeld voor werknemers die deels arbeidsongeschikt worden verklaard met een loonverlies tussen de 35% en 80%. Ook werknemers die volledig arbeidsongeschikt zijn (loonverlies van meer dan 80%) maar die waarschijnlijk voldoende zullen herstellen, vallen onder de WGA.

Rekenrente
Fictief rendementspercentage dat het belegde pensioenvermogen wordt geacht op te brengen in de toekomst. De rekenrente wordt gehanteerd bij de berekening van contante waarden van toekomstige betalingen.

Rendement
Het positieve of negatieve resultaat dat een pensioenfonds behaalt met de belegging van daartoe beschikbare middelen.

Reserveringsruimte
Lijfrentepremieaftrek in enig kalenderjaar in de situatie dat de belastingplichtige in de zeven voorafgaande kalenderjaren geen gebruik heeft gemaakt van de jaarruimte.

Reservetekort
De Nederlandsche Bank (DNB) spreekt van een reservetekort als de middelen ontoereikend zijn om naast de voorziening pensioenverplichtingen en de reserve voor algemene risico’s, ook nog de vereiste reserve beleggingsrisico's, de reserve voorgenomen pensioenaanpassing en eventuele andere reserves te dekken.

Risicoherverzekering
Het herverzekeren van bepaalde risico's die het pensioenfonds niet zelf verantwoord kan dekken. Het gaat hierbij vooral om overlijdensrisico's en arbeidsongeschiktheidsrisico's.

Ruilvoet
De verhouding tussen het in te ruilen pensioen en het daarvoor in te kopen pensioen.



S

Salaris/diensttijdregeling
Pensioenregeling waarbij de hoogte van het uiteindelijk bereikbare pensioen
afhangt van het aantal dienstjaren dat bij een werkgever is doorgebracht, de hoogte van het pensioengevend jaarsalaris en het opbouwpercentage per dienstjaar. Voorbeelden van salaris/diensttijdregelingen zijn eindloonregelingen en middelloonregelingen.

Securities lending
Het uitlenen van effecten die men in portefeuille heeft. Voor het uitlenen wordt een vergoeding ontvangen alsmede een onderpand. Het economisch eigendom gaat niet verloren.

Sekseneutraal
Bij de omzetting van een kapitaal in periodieke pensioenuitkeringen of bij uitruil van diverse pensioenvormen worden tarieven gehanteerd. Men spreekt van sekseneutraal als bij de vaststelling van de tarieven geen onderscheid wordt gemaakt naar het geslacht van de verzekerde.

Sociale Verzekeringsbank (SVB)
Overheidsorgaan dat is belast met de uitvoering van onder andere de Algemene ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (Anw).

Solvabiliteit
Het vermogen van de pensioenuitvoerder om op langere termijn aan pensioenverplichtingen te kunnen voldoen.

Startbrief
Informatiebrief die binnen drie maanden na de aanvang van het deelnemerschap aan de deelnemer moet worden verstrekt. In deze brief wordt de deelnemer geïnformeerd over een aantal onderwerpen, waaronder de inhoud van de pensioenregeling en de toeslagverlening.

Statuten
In de statuten van een pensioenfonds is de interne structuur van het pensioenfonds omschreven. Er zijn onder andere bepalingen inzake de bevoegdheden en verplichtingen van het bestuur opgenomen. Ook de wijze van benoeming van de bestuursleden is opgenomen.

Stoplossverzekering
Verzekering om de schade als gevolg van overlijden te beperken.

Strategische asset allocatie 
Beleggingsmix voor de lange termijn van het vermogen over de verschillende beleggingscategorieën, zoals aandelen, vastrentende waarden en onroerend goed.

Swap
Een overeenkomst tussen twee partijen tot het uitwisselen van betalingen gedurende de looptijd van de swap. Deze betalingen worden verricht over een afgesproken onderliggende waarde. De onderliggende waarde zelf wordt niet verhandeld.

Swaption
Een optie op een swap, waarbij de eigenaar van de swaption het recht heeft, maar niet de verplichting, om een swap tegen vooraf bepaalde voorwaarden af te sluiten op of binnen een bepaald tijdstip.



T

Tactische asset allocatie 
Beleggingsmix voor de korte termijn, waarmee wordt geprobeerd voordeel te halen uit de rendementsverwachting van beleggingscategorieën voor de korte termijn. Het houdt geen rekening met de verplichtingenstructuur van een pensioenfonds, maar neemt de strategische asset allocatie als uitgangspunt.


Toeslag
Verhoging van ingegane pensioenen en premievrije pensioenaanspraken met een percentage dat gelijk is aan een indexcijfer met als doel het compenseren van inflatie. Dit werd voorheen indexatie genoemd. Stichting Pensioenfonds Xerox kent een voorwaardelijk toeslagbeleid.

Toeslagambitie
Hoogte van de toeslag die op de lange termijn wordt nagestreefd. Bij Stichting Pensioenfonds Xerox is de toeslagambitie 75%.