Pensioenreglement

Algemeen

Overal waar in dit pensioenreglement de mannelijke of de vrouwelijke vorm wordt gebruikt, geldt het gestelde voor zowel mannen als vrouwen.

Artikel 1 ~ Begrijpsomschrijving

In dit pensioenreglement zijn naast de begripsomschrijving in de statuten, waarvan sommigen hieronder ook zijn opgenomen, de volgende begrippen van toepassing.

 
1.
 
Pensioenfonds: Stichting Pensioenfonds Xerox, gevestigd te Venray.
 
2.
 
Bestuur: Het bestuur van het pensioenfonds.
 
3.
 
Werkgever Venray: Xerox Manufacturing (Nederland) B.V., gevestigd te Venray.
 
4.
 
Werkgever Breukelen: Xerox (Nederland) B.V., gevestigd te Breukelen.
 
5.
 
Werkgever Veenman: Veenman B.V., gevestigd te Capelle aan den IJssel.
 
6.
 
Vakorganisaties Venray: De representatieve organisaties van werknemers die partij zijn bij het CAO-overleg met werkgever Venray.
 
7.
 
Ondernemingsraad Venray: De krachtens de Wet op de ondernemingsraden ingestelde ondernemingsraad van werkgever Venray.
 
8.
 
Ondernemingsraad Breukelen: De krachtens de Wet op de ondernemingsraden ingestelde ondernemingsraad van werkgever Breukelen.
 
9.
 
Ondernemingsraad Veenman: De krachtens de Wet op de ondernemingsraden ingestelde ondernemingsraad van werkgever Veenman.
 
10.
 
Werknemer: Degene die een arbeidsovereenkomst met werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman heeft.
 
11.



 
Gedetacheerde werknemer: Werknemer die in een andere EU-lidstaat wordt gedetacheerd om daar te werken en die krachtens titel II van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de gemeenschap verplaatsen (PbEG L 149), onderworpen blijft aan de wetgeving van de lidstaat van oorsprong.
 
12.
 
Deelnemer: De werknemer die in aanmerking komt voor deelnemerschap aan de in dit pensioenreglement omschreven pensioenregeling.
 
13.

 
Gewezen deelnemer: Degene die deelnemer is geweest aan de in dit pensioenreglement omschreven pensioenregeling en ingevolge het deelnemerschap premievrije pensioenaanspraken heeft verkregen.
 
14.

 
Pensioengerechtigde deelnemer: Degene die krachtens de bepalingen van de statuten van het pensioenfonds en krachtens de bepalingen van dit pensioenreglement een pensioenuitkering ontvangt.
 
15.

 
Pensioenovereenkomst: De pensioenovereenkomst tussen werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman en de deelnemer, bevattend hetgeen is opgenomen in dit pensioenreglement.
 
16.

 
Arbeidstijd: De in de arbeidsovereenkomst tussen werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman en de werknemer vastgelegde arbeidstijd.
 
17.

 
Deeltijdwerker: De werknemer voor wie de arbeidstijd overeenkomstig de arbeidsovereenkomst tussen werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman en de werknemer minder bedraagt dan de arbeidstijd bij een volledige dienstbetrekking.
 
18.


 
Deeltijdfactor: De breuk waarvan de teller gelijk is aan de gedeeltelijke arbeidstijd overeenkomstig de arbeidsovereenkomst tussen werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman en de werknemer en waarvan de noemer gelijk is aan de arbeidstijd bij een volledige dienstbetrekking.
 
19.



 
Pensioengevend jaarsalaris: Het bruto jaarsalaris zoals bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst die van toepassing is op de deelnemer, aangevuld met eventuele afspraken aangaande het pensioengevend jaarsalaris in de individuele arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de deelnemer. Het maximaal pensioengevend jaarsalaris bedraagt €100.000 per 1 januari 2015. Dit bedrag wordt indien nodig geïndexeerd conform wet- en regelgeving.
 
20.
 
Franchise: Het gedeelte van het pensioengevend jaarsalaris waarover geen pensioenaanspraken worden opgebouwd.
 
21.
 
Pensioenrichtdatum: De kalenderdag waarop de (gewezen) deelnemer de 67-jarige leeftijd bereikt of zou hebben bereikt.
 
22.
 
Pensioendatum: De door de (gewezen) deelnemer gekozen datum van pensionering.
 
23.
 
AOW: De Algemene ouderdomswet.
 
24.

 
AOW-uitkering: Het jaarlijks bruto ouderdomspensioen ingevolge de AOW voor een gehuwde pensioengerechtigde van wie de partner 65 jaar of ouder is.
 
25.
 
AOW-gerechtigde leeftijd: De datum waarop de AOW-uitkering van de (gewezen) deelnemer ingaat.
 
26.
 
WAO: De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
 
27.
 
WIA: De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
 
28.
 
Anw: De Algemene nabestaandenwet.
 
29.
 
WW: De Werkloosheidswet.
 
30.
 
Wet VPS: De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.
 
31.
 
Ouderschapsverlof: Verlof in de zin van de Wet arbeid en zorg.
 
32.

 
Levensloopregeling: De levensloopregeling zoals deze van 1 januari 2006 tot 1 januari 2012 werd aangeboden door werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman.
 
33.

 
Partnerschap: Het huwelijk dan wel het geregistreerd partnerschap dan wel het partnerschap op basis van een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst.
 
34.






 
Partner:
  • de persoon met wie de (gewezen) deelnemer is gehuwd, mits het huwelijk vóór de pensioendatum is gesloten; of
  • de persoon met wie de (gewezen) deelnemer een geregistreerd partnerschap is aangegaan, mits de akte van registratie is opgemaakt door een ambtenaar van de burgerlijke stand vóór de pensioendatum; of
    • de persoon, die geen huwelijk of geregistreerd partnerschap is aangegaan, niet zijnde een bloedverwant of aanverwant in de rechte lijn, met wie de (gewezen) deelnemer, die geen huwelijk of geregistreerd partnerschap is aangegaan, vóór de pensioendatum een partnerschap is aangegaan op basis van een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst, waarin de partner als begunstigde voor het partnerpensioen is aangewezen.
       
35.



 
Prijsindex: De procentuele stijging van het indexcijfer van de maand oktober voorafgaand aan het tijdstip van toeslagverlening ten opzichte van het indexcijfer van de maand oktober van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Deze indexcijfers worden jaarlijks door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgesteld en gepubliceerd als "Consumentenprijzen". Afronding vindt plaats op twee decimalen nauwkeurig. In het geval genoemd indexcijfer niet (langer) beschikbaar is, wordt een daarvoor in de plaats getreden reeks gehanteerd.
 
36.



 
Loonindex: De procentuele stijging van het indexcijfer van de maand oktober voorafgaand aan het tijdstip van toeslagverlening ten opzichte van het indexcijfer van de maand oktober van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Deze indexcijfers worden jaarlijks door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgesteld en gepubliceerd als "CAO-lonen, contractuele loonkosten en arbeidsduur". Afronding vindt plaats op twee decimalen nauwkeurig. In het geval genoemd indexcijfer niet (langer) beschikbaar is, wordt een daarvoor in de plaats getreden reeks gehanteerd.
 
37.
 
Toezichthouder: De Stichting Autoriteit Financiële Markten of De Nederlandsche Bank N.V., ieder voor zover belast met de uitvoering van het toezicht bij of krachtens de Pensioenwet.

Artikel 2 ~ Deelnemerschap
 
1.  

 
Als deelnemer wordt opgenomen de werknemer die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en door werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman bij het pensioenfonds als deelnemer is aangemeld.
 
2.



 
Het deelnemerschap vangt aan op de eerste kalenderdag van de maand waarin de werknemer aan de in lid 1 genoemde voorwaarden voldoet. Voor de werknemer die ná de 18-jarige leeftijd in dienst van werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman treedt, vangt het deelnemerschap aan op de eerste kalenderdag van de maand waarin de werknemer in dienst van werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman treedt.
 
3.




 
Het deelnemerschap eindigt:
  • op de dag van overlijden van de deelnemer;
    • op de dag direct voorafgaand aan de pensioendatum;
      • op de laatste kalenderdag van de maand waarin de arbeidsovereenkomst tussen werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman en de werknemer eerder wordt beëindigd.
         
4. Een gedetacheerde werknemer kan tijdens de detachering het deelnemerschap voortzetten.

Artikel 3 ~ Pensioenaanspraken
 
1.  





 
De pensioenovereenkomst wordt op grond van de Pensioenwet gekarakteriseerd als uitkeringsovereenkomst. Het betreft een collectieve beschikbare premieregeling (Collective Defined Contribution-regeling) in de vorm van een middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagverlening (artikel 18). Het deelnemerschap geeft aanspraak op:
  • ouderdomspensioen; en
  • partnerpensioen; en
  • wezenpensioen.
     
2.


 
Voor partnerpensioen komt in aanmerking de partner zoals omschreven in artikel 1 lid 34, met dien verstande dat in geval van een partnerschap op basis van een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst de partner op een door het bestuur te bepalen wijze bij het pensioenfonds dient te worden aangemeld.
 
3.






 
Voor wezenpensioen komen in aanmerking:
  • kinderen die tot de deelnemer in een familierechtelijke verhouding staan; en
    • stiefkinderen en pleegkinderen die tot het huishouden van de deelnemer behoren en/of tot zijn overlijden door hem als eigen kinderen worden onderhouden en opgevoed.
      Na beëindiging van het deelnemerschap komen de kinderen van de gewezen deelnemer die op het tijdstip van beëindiging van het deelnemerschap voldeden aan het gestelde in dit lid in aanmerking voor wezenpensioen. Tevens komen daarvoor in aanmerking de in dit lid bedoelde kinderen van de gewezen deelnemer en van de partner met wie de deelnemer op het tijdstip van beëindiging van het deelnemerschap een partnerschap had.

Artikel 4 ~ Pensioenopbouw

Pensioengrondslag
 
1.  

 
De pensioengrondslag wordt voor de eerste maal op het tijdstip van aanvang van het deelnemerschap en vervolgens ieder jaar op 1 januari vastgesteld.
 
2.

 
De pensioengrondslag is gelijk aan het pensioengevend jaarsalaris minus de franchise. Werkgever Venray en werkgever Breukelen en werkgever Veenman passen de franchise jaarlijks per 1 januari aan, waarbij als uitgangspunt de fiscaal toegestane minimumfranchise wordt gebruikt. Een overzicht van de gehanteerde franchises sinds 1 januari 2011 is opgenomen in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement.


Deelnemersjaren
 

3.  
 
Als deelnemersjaren worden aangemerkt het aantal jaren tussen het begin en het einde van het deelnemerschap, gerekend vanaf 1 januari 2006. Het pensioenfonds registreert de deelnemersjaren van de deelnemers en verstrekt hierover informatie aan de (gewezen) deelnemers.

Deeltijdfactor
 
4.  

 
Voor een deeltijdwerker wordt het pensioengevend jaarsalaris omgerekend naar het pensioengevend jaarsalaris dat bij een volledige arbeidstijd zou hebben gegolden.
 
5.
 
Voor een deeltijdwerker worden de conform artikel 5 vastgestelde pensioenaanspraken vermenigvuldigd met de deeltijdfactor.
 
6.

 
Bij de berekening van het partnerpensioen en het wezenpensioen als bedoeld in artikel 5 wordt er vanuit gegaan dat de laatst geldende deeltijdfactor ongewijzigd zou zijn gebleven in toekomstige deelnemersjaren.
 
7.
 
Bij een wijziging van de deeltijdfactor in de loop van een kalenderjaar worden de pensioenaanspraken van de deelnemer opnieuw vastgesteld.
 
8.

 
De bijdrage van de deeltijdwerker wordt vastgesteld door de verschuldigde premie die hoort bij een volledige dienstbetrekking te vermenigvuldigen met de laatst vastgestelde deeltijdfactor. Bij een wijziging van de deeltijdfactor in de loop van een kalenderjaar wordt de bijdrage van de deelnemer opnieuw vastgesteld.

Verlof
 
9.

 
Waar in de leden 10 tot en met 14 wordt gesproken over verlof, wordt hieronder verstaan ouderschapsverlof, onbetaald verlof en verlof uit hoofde van de levensloopregeling.
 
10.




 
Indien en voor zover de deelnemer gebruik maakt van verlof, vindt geen opbouw van pensioenaanspraken plaats, tenzij de deelnemer bij werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman te kennen heeft gegeven gebruik te willen maken van de mogelijkheid om voor eigen rekening de opbouw van pensioenaanspraken (gedeeltelijk) voort te zetten als ware er geen sprake van verlof. Het pensioenfonds dient door werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman in kennis te worden gesteld van de keuze van de deelnemer.
 
11.

 
Werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman draagt niet bij in de kosten van de pensioenregeling indien en voor zover de deelnemer verlof geniet.
 
12.

 
Het opnemen van verlof tot een maximum van 18 maanden door de deelnemer tijdens het deelnemerschap is niet van invloed op de risicodekking uit hoofde van het partnerpensioen. De bijdrage voor het partnerpensioen van de deelnemer blijft ongewijzigd.
 
13.



 
Indien de deelnemer bij werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman te kennen heeft gegeven gebruik te willen maken van de mogelijkheid om voor eigen rekening de opbouw van pensioenaanspraken (gedeeltelijk) voort te zetten als ware er geen sprake van verlof, wordt tijdens het verlof uitgegaan van de pensioengrondslag die zou hebben gegolden indien er sprake zou zijn van de vóór het verlof geldende arbeidstijd.
 
14.

 
Indien de deelnemer bij werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman te kennen heeft gegeven gebruik te willen maken van de mogelijkheid om voor eigen rekening de opbouw van pensioenaanspraken (gedeeltelijk) voort te zetten als ware er geen sprake van verlof, worden de gedurende het verlof op te bouwen pensioenaanspraken berekend alsof geen verlof wordt genoten.

Aanvaarding lager gekwalificeerde functie en deeltijdfunctie
 
15.









 
Indien er in de periode van tien jaar direct voorafgaand aan de pensioenrichtdatum ten gevolge van het aanvaarden van een lager gekwalificeerde functie dan wel het aanvaarden van een deeltijdfunctie van minimaal 80% van de arbeidstijd, die gold direct voorafgaand aan het aanvaarden van de deeltijdfunctie, een daling van de pensioengrondslag plaatsvindt, wordt deze daling buiten beschouwing gelaten, indien en voor zover dit volgens de (fiscale) regelgeving is toegestaan en indien de deelnemer bij werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman te kennen heeft gegeven gebruik te willen maken van de mogelijkheid om voor eigen rekening de opbouw van pensioenaanspraken boven de lagere pensioengrondslag voort te zetten. Werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman draagt niet bij in de kosten van de pensioenregeling boven de lagere pensioengrondslag, tenzij hierover afwijkende afspraken zijn vastgelegd. Het pensioenfonds dient door werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman in kennis te worden gesteld van de keuze van de deelnemer. De pensioenopbouw vindt plaats conform het bepaalde in dit artikel, waarbij wordt uitgegaan van de pensioengrondslag, die zou hebben gegolden indien er geen sprake zou zijn van het aanvaarden van een lager gekwalificeerde functie dan wel het aanvaarden van een deeltijdfunctie, en die vervolgens ieder jaar op 1 januari wordt verhoogd conform het bepaalde in artikel 18 lid 3, lid 6, lid 7 en lid 8.

Artikel 5 ~ Pensioenbedragen

Ouderdomspensioen
 
1.  


 
Het ouderdomspensioen wordt gefinancierd uit de in artikel 21 omschreven premie. Indien deze premie in enig jaar niet toereikend is, zal overeenkomstig het bepaalde in artikel 21 lid 5 gehandeld worden. Indien de financiële positie daartoe aanleiding geeft, vindt het bepaalde in artikel 22 lid 4 toepassing.
 
2.

 
Per deelnemer wordt een bedrag ter grootte van 30% van de pensioengrondslag betaald, waarmee beoogd wordt een aanspraak op jaarlijks ouderdomspensioen ter grootte van 1,875% van de in dat jaar geldende casu quo gegolden hebbende pensioengrondslag toe te kennen. Op deze pensioenaanspraak vindt jaarlijks onder voorwaarden toeslagverlening plaats op grond van artikel 18.

Partnerpensioen
 
3.  

 
Het jaarlijks partnerpensioen bedraagt 70% van het jaarlijks ouderdomspensioen. Bij overlijden van de deelnemer die tevens werknemer is, wordt dit ouderdomspensioen vastgesteld onder de veronderstelling dat de deelnemer tot de pensioenrichtdatum zou hebben deelgenomen met de laatstelijk voor hem geldende pensioengrondslag en de laatstelijk voor hem geldende deeltijdfactor.

Wezenpensioen
 
4.  


 
Het jaarlijks wezenpensioen bedraagt voor ieder kind 14% van het jaarlijks ouderdomspensioen. Bij overlijden van de deelnemer die tevens werknemer is, wordt dit ouderdomspensioen vastgesteld onder de veronderstelling dat de deelnemer tot de pensioenrichtdatum zou hebben deelgenomen met de laatstelijk voor hem geldende pensioengrondslag en de laatstelijk voor hem geldende deeltijdfactor. Het wezenpensioen wordt verdubbeld als geen partnerpensioen (meer) wordt uitgekeerd.

Fiscale maxima
 
5.  


 
Het ouderdomspensioen zoals bedoeld in lid 2 kan niet méér bedragen dan 100% van het laatste pensioengevend jaarsalaris dan wel het laatste hogere feitelijke salaris van de deelnemer, voor zover dat krachtens fiscaal recht als pensioengevend mag worden aangemerkt, inclusief de enkelvoudige AOW-uitkering.
 
6.


 
Het partnerpensioen zoals bedoeld in lid 3 kan niet meer bedragen dan 70% van het laatste pensioengevend jaarsalaris dan wel het laatste hogere feitelijke salaris van de deelnemer, voor zover dat krachtens fiscaal recht als pensioengevend mag worden aangemerkt, inclusief de enkelvoudige AOW-uitkering.
 
7.


 
Het wezenpensioen zoals bedoeld in lid 4 kan niet meer bedragen dan 14% van het laatste pensioengevend jaarsalaris dan wel het laatste hogere feitelijke salaris van de deelnemer, voor zover dat krachtens fiscaal recht als pensioengevend mag worden aangemerkt, inclusief de enkelvoudige AOW-uitkering. Het maximum kan worden verdubbeld als geen partnerpensioen (meer) wordt uitgekeerd.
 
8.





 
Bij de vaststelling van de fiscale maxima zoals bedoeld in lid 5 tot en met lid 7 wordt buiten beschouwing gelaten:
a. de keuze voor een tijdelijk verhoogd ouderdomspensioen zoals bedoeld in artikel 10; en
b. de uitruil van partnerpensioen voor een hoger ouderdomspensioen zoals bedoeld in artikel 11; en
c. de uitruil van ouderdomspensioen voor een hoger partnerpensioen zoals bedoeld in artikel 12; en
d. een waardeoverdracht zoals bedoeld in artikel 15; en
e. de toeslagverlening op pensioenaanspraken zoals bedoeld in artikel 18.

 
9.

 
In afwijking van het bepaalde in lid 5 tot en met lid 7 kan het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen méér bedragen dan het vermelde maximum voor zover dit wordt veroorzaakt door de omstandigheid dat vóór 1 januari 2015 de maximering van het pensioengevend jaarsalaris niet van toepassing was.

Artikel 6 ~ Ingang, einde en uitkering
 
1.  

 
Het ouderdomspensioen gaat in op de pensioendatum. Het partnerpensioen en het wezenpensioen gaan in op de eerste kalenderdag van de maand waarin de (gewezen) deelnemer of pensioengerechtigde deelnemer overlijdt.
 
2.










 
De pensioenuitkeringen zijn betaalbaar tot de eerste kalenderdag van de maand volgende op de dag van overlijden van degene aan wie de desbetreffende pensioenuitkering toekomt. Het wezenpensioen is uiterlijk betaalbaar tot de eerste kalenderdag van de maand volgende op het bereiken van de 21-jarige leeftijd door het kind. Voor het kind
a. dat blijkens een beschikking van het uitvoeringsorgaan van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten ten gevolge van ziekte of gebreken vermoedelijk in het eerstkomende jaar buiten staat zal zijn om 45% te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen, die overigens in gelijke omstandigheden verkeren, kunnen verdienen; of
b. wier voor werkzaamheden beschikbare tijd blijkens een verklaring van een onderwijsinstelling grotendeels in beslag wordt genomen door of in verband met het volgen van onderwijs of een beroepsopleiding;
wordt het wezenpensioen ook ná de eerste kalenderdag van de maand volgende op het bereiken van de 21-jarige leeftijd uitgekeerd, indien en zolang aan de bovenvermelde voorwaarden wordt voldaan, doch uiterlijk tot de eerste kalenderdag van de maand volgend op het bereiken van de 27-jarige leeftijd door het kind.

 
3.


 
Het pensioenfonds keert de pensioenuitkering, onder inhouding van de verschuldigde belastingen en wettelijke heffingen, uit aan degene die ingevolge dit pensioenreglement recht heeft op de pensioenuitkering. De pensioenuitkering vindt plaats bij nabetaling in maandelijkse termijnen en wordt vastgesteld in euro's.
 
4.



 
Het pensioenfonds is niet gehouden tot uitbetaling van (bijzonder) partnerpensioen en/of wezenpensioen aan degene die zich schuldig heeft gemaakt aan enig misdrijf dat het overlijden van de (gewezen) deelnemer of pensioengerechtigde deelnemer heeft veroorzaakt of bespoedigd. Overlijdt de (gewezen) deelnemer of pensioengerechtigde deelnemer ten gevolge van een dergelijke uitgesloten oorzaak en betrof het een partnerpensioen op opbouwbasis, dan keert het pensioenfonds aan de partner een periodieke uitkering van partnerpensioen uit die gebaseerd is op de premievrije waarde berekend naar de kalenderdag voorafgaand aan het overlijden.

Artikel 7 ~ Deeltijdpensioen
 
1.  



 
De deelnemer en werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman kunnen in onderling overleg afspreken dat de deelnemer met deeltijdpensioen gaat met een gelijktijdige overeenkomstige vermindering van de arbeidstijd, met ingang van de eerste kalenderdag van een maand die ligt binnen de periode van de 50-jarige leeftijd van de deelnemer en de pensioenrichtdatum. Door deeltijdpensioen verandert de pensioenrichtdatum niet. Bij deeltijdpensioen worden de fiscale grenzen in aanmerking genomen.
 
2.
 
Een ingegaan deeltijdpensioen kan worden gewijzigd in geval van latere wijziging van de arbeidstijd.
 
3.

 
Een verzoek tot deeltijdpensioen moet ten minste drie maanden voorafgaand aan de ingangsdatum van het deeltijdpensioen schriftelijk bij het pensioenfonds zijn ingediend. Een eenmaal gemaakte keuze is onherroepelijk.
 
4.




 
De hoogte van het deeltijdpensioen wordt op de ingangsdatum vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 en artikel 10 alsmede met inachtneming van de actuariële grondslagen van het pensioenfonds en rekening houdend met:
a. de ingangsdatum;
b. de uitkeringsduur;
c. sekseneutrale waarderingsgrondslagen.
Een overzicht van de van belang zijnde actuariële factoren is opgenomen in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement.

Artikel 8 ~ Vervroeging ouderdomspensioen
 
1.  


 
Op verzoek van de (gewezen) deelnemer kan de pensioendatum tot uiterlijk de
50-jarige leeftijd van de (gewezen) deelnemer worden vervroegd. De gekozen pensioendatum dient samen te vallen met de eerste kalenderdag van een maand. Bij het vervroegen van de pensioendatum worden de fiscale grenzen in aanmerking genomen.

 
2.

 
Een verzoek tot vervroeging moet ten minste drie maanden voorafgaand aan de pensioendatum schriftelijk bij het pensioenfonds zijn ingediend. Een eenmaal gemaakte keuze is onherroepelijk.
 
3.




 
In geval de deelnemer tevens werknemer is, dient er tussen werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman en de werknemer overeenstemming te bestaan over het moment van ingang van de vervroegde pensionering. Bij vervroegde pensionering eindigt de arbeidsovereenkomst met werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman. Na vervroegde pensionering is hernieuwd deelnemerschap ingevolge een arbeidsovereenkomst met werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman niet meer mogelijk.
 
4.




 
De hoogte van het vervroegde ouderdomspensioen wordt op de pensioendatum vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in artikel 10 alsmede met inachtneming van de actuariële grondslagen van het pensioenfonds en rekening houdend met:
a. de ingangsdatum;
b. de uitkeringsduur;
c. sekseneutrale waarderingsgrondslagen.
Een overzicht van de van belang zijnde actuariële factoren is opgenomen in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement.

Artikel 9 ~ Uitstel ouderdomspensioen
 
1.  



 
Op verzoek van de (gewezen) deelnemer kan de pensioendatum tot uiterlijk vijf jaar na de AOW-gerechtigde leeftijd van de (gewezen) deelnemer worden uitgesteld. De gekozen pensioendatum dient samen te vallen met de eerste kalenderdag van een maand. Bij het uitstellen van de pensioendatum worden de fiscale grenzen in aanmerking genomen. Na de pensioenrichtdatum vindt geen opbouw van pensioenaanspraken meer plaats.
 
2.

 
Een verzoek tot uitstel moet ten minste drie maanden voorafgaand aan de pensioendatum schriftelijk bij het pensioenfonds zijn ingediend. Een eenmaal gemaakte keuze is onherroepelijk.
 
3.





 
Uitstel van de pensioendatum is uitsluitend mogelijk indien en voor zover de (gewezen) deelnemer een arbeidsovereenkomst met werkgever Venray, werkgever Breukelen, werkgever Veenman dan wel een andere werkgever heeft. Bij geheel of gedeeltelijk beëindigen van de bedoelde arbeidsovereenkomst tijdens de uitstelperiode zal het ouderdomspensioen direct ingaan voor het gedeelte waarvoor de arbeidsovereenkomst is beëindigd. In geval sprake is van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever dan werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman is de gewezen deelnemer verplicht het pensioenfonds op de hoogte te stellen van de (gedeeltelijke) beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
 
4.



 
In geval sprake is van gedeeltelijk beëindigen van de arbeidsovereenkomst, zal de opbouw van het ouderdomspensioen met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden herrekend voor het gedeelte waarvoor de arbeidsovereenkomst in de uitstelperiode in stand blijft. Het herrekende ouderdomspensioen mag niet meer bedragen dan 100% van het pensioengevend jaarsalaris werkgever Venray dan wel het pensioengevend jaarsalaris werkgever Breukelen dan wel het pensioengevend jaarsalaris werkgever Veenman.
 
5.



 
In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan de (gewezen) deelnemer die vóór 1 januari 1950 is geboren, kiezen voor uitstel van de pensioendatum tot de AOW-gerechtigde leeftijd, zonder dat wordt getoetst of en in hoeverre de (gewezen) deelnemer een arbeidsovereenkomst met werkgever Venray, werkgever Breukelen, werkgever Veenman dan wel een andere werkgever heeft. Deze uitzondering op het doorwerkvereiste eindigt op 31 maart 2015.
 
6.




 
De hoogte van het uitgestelde ouderdomspensioen wordt op de pensioendatum vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in artikel 10 alsmede met inachtneming van de actuariële grondslagen van het pensioenfonds en rekening houdend met:
a. de ingangsdatum;
b. de uitkeringsduur;
c. sekseneutrale waarderingsgrondslagen.
Een overzicht van de van belang zijnde actuariële factoren is opgenomen in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement.

Artikel 10 ~ Herschikking ouderdomspensioen
 
1.  










 
De (gewezen) deelnemer heeft
a. op de pensioendatum; en
b. op de AOW-gerechtigde leeftijd; en
c. op een door de (gewezen) deelnemer te kiezen latere leeftijd, waarbij gekozen kan worden tussen drie leeftijden, te weten 70 jaar, 72 jaar en 6 maanden, en 75 jaar;
het recht de aanspraken op ouderdomspensioen te herschikken, met dien verstande dat indien de pensioendatum tevens wordt vervroegd zoals bedoeld in artikel 8 de herschikking niet kan plaatsvinden voordat de (gewezen) deelnemer de 55-jarige leeftijd heeft bereikt. De (gewezen) deelnemer heeft telkens de mogelijkheid te kiezen voor een tijdelijk verhoogd (vervroegd) ouderdomspensioen met daarop volgend een tijdelijk of levenslang verlaagd ouderdomspensioen dan wel een tijdelijk verlaagd (vervroegd) ouderdomspensioen met daaropvolgend een tijdelijk of levenslang verhoogd ouderdomspensioen. De verhouding tussen het verhoogde en het verlaagde (vervroegd) ouderdomspensioen bedraagt telkens ten hoogste 100:75.

 
2.



 
Indien de pensioendatum tevens wordt vervroegd zoals bedoeld in artikel 8, wordt in de periode tussen de pensioendatum en het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd voor het toetsen van de verhouding 100:75, zoals bedoeld in lid 1, een bedrag gelijk aan tweemaal de voor die jaren geldende AOW-uitkeringen voor een gehuwde vermeerderd met de vakantietoeslag, buiten beschouwing gelaten. Het tijdelijk verhoogd vervroegd ouderdomspensioen mag in dit geval meer bedragen dan 100% van het laatste pensioengevend jaarsalaris inclusief de AOW-uitkering.
 
3.

 
Een verzoek tot herschikking moet ten minste drie maanden voorafgaand aan de pensioendatum schriftelijk bij het pensioenfonds zijn ingediend. Een eenmaal gemaakte keuze is onherroepelijk.
 
4.



 
De waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen ná het herschikken is gelijk aan de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen vóór de herschikking en wordt op dezelfde actuariële grondslagen berekend. Een overzicht van de van belang zijnde actuariële factoren is opgenomen in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement. Deze actuariële factoren zijn vastgesteld rekening houdend met sekseneutrale waarderingsgrondslagen.
 
5.
 
De keuze zoals bedoeld in lid 1 is niet van toepassing op het partnerpensioen, tenzij de partner daarmee schriftelijk instemt.
 
6. Het pensioenfonds kan met betrekking tot de vermelde opties en de daarbij te hanteren procedures nadere voorwaarden stellen.

Artikel 11 ~ Uitruil partnerpensioen in ouderdomspensioen
 
1.  

 
De (gewezen) deelnemer heeft op de pensioendatum eenmalig het recht de aanspraak op het (gedeeltelijke) partnerpensioen, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden, uit te ruilen voor een hoger, een eerder ingaand of een hoger én eerder ingaand ouderdomspensioen.
 
2.


 
Het pensioenfonds biedt de mogelijkheid tot uitruil aan binnen zes maanden vóór de pensioendatum. Een verzoek tot uitruil moet vervolgens ten minste drie maanden voorafgaand aan de pensioendatum schriftelijk door de (gewezen) deelnemer bij het pensioenfonds zijn ingediend. Een eenmaal gemaakte keuze is onherroepelijk.
 
3.

 
Aanspraken op bijzonder partnerpensioen ten behoeve van de gewezen partner, zoals bedoeld in artikel 16, komen niet in aanmerking voor uitruil.
 
4.

 
De keuze voor (gedeeltelijke) uitruil heeft geen invloed op de hoogte van het wezenpensioen en de eventuele aanspraken op bijzonder partnerpensioen voor de gewezen partner.
 
5.



 
De (gewezen) deelnemer met een partner in de zin van dit pensioenreglement dient een schriftelijke verklaring te overleggen, waarin de (gewezen) deelnemer verklaart afstand te doen van het partnerpensioen en waarin de partner verklaart hiermee in te stemmen. De (gewezen) deelnemer zonder partner in de zin van dit pensioenreglement dient een schriftelijke verklaring te overleggen, waarin de (gewezen) deelnemer verklaart dat er geen partner bestaat die aanspraak zou kunnen maken op het partnerpensioen.
 
6.

 
Indien gebruik wordt gemaakt van de in dit artikel bedoelde uitruil, vervalt met ingang van het moment van bereiken van de pensioendatum de uitgeruilde (gedeeltelijke) aanspraak op partnerpensioen.
 
7.


 
Het ouderdomspensioen dat wordt verkregen na (gedeeltelijke) uitruil wordt bepaald op basis van door het pensioenfonds vastgestelde factoren. Een overzicht van deze factoren is opgenomen in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement. Deze actuariële factoren zijn vastgesteld rekening houdend met sekseneutrale waarderingsgrondslagen. In geval van gedeeltelijke uitruil zal het partnerpensioen opnieuw worden vastgesteld.

Artikel 12 ~ Uitruil ouderdomspensioen in partnerpensioen
 
1.  


 
De (gewezen) deelnemer heeft op de datum van beëindiging van het deelnemerschap dan wel op de pensioendatum eenmalig het recht een gedeelte van de aanspraak op het ouderdomspensioen uit te ruilen voor partnerpensioen. Na de uitruil dient het partnerpensioen ten hoogste 70% te bedragen van het ouderdomspensioen dat na de uitruil resteert.
 
2.



 
Het pensioenfonds biedt de mogelijkheid tot uitruil aan binnen zes maanden na de datum van beëindiging van het deelnemerschap dan wel binnen zes maanden vóór de pensioendatum. Een verzoek tot uitruil moet vervolgens binnen negen maanden na de datum van beëindiging van het deelnemerschap dan wel ten minste drie maanden voorafgaand aan de pensioendatum schriftelijk door de (gewezen) deelnemer bij het pensioenfonds zijn ingediend. Een eenmaal gemaakte keuze is onherroepelijk.
 
3.

 
Aanspraken op verevend ouderdomspensioen ten behoeve van de gewezen partner, zoals bedoeld in artikel 17, komen niet in aanmerking voor uitruil.
 
4.

 
Indien gebruik wordt gemaakt van de in dit artikel bedoelde uitruil, vervalt met ingang van de datum van de uitruil de uitgeruilde aanspraak op ouderdomspensioen.
 
5.

 
Het partnerpensioen dat wordt verkregen na gedeeltelijke uitruil wordt bepaald op basis van door het pensioenfonds vastgestelde factoren. Een overzicht van deze factoren is opgenomen in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement. Deze actuariële factoren zijn vastgesteld rekening houdend met sekseneutrale waarderingsgrondslagen. Na de uitruil zal het ouderdomspensioen opnieuw worden vastgesteld.

Artikel 13 ~ Arbeidsongeschiktheid
 
1.  




  
Tijdens de duur van volledige arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA (zijnde arbeidsongeschiktheid van 80% of meer), wordt de opbouw van pensioenaanspraken premievrij voortgezet op basis van de pensioengrondslag, welke geldt op 1 januari van het kalenderjaar waarin de arbeidsovereenkomst tussen werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman en de werknemer wordt beëindigd op grond van blijvende arbeidsongeschiktheid. Op de pensioengrondslag en de reeds opgebouwde pensioenaanspraken vindt toeslagverlening plaats conform het bepaalde in artikel 18 lid 4.
 
2.
 
Tijdens de duur van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA, wordt de in lid 1 bedoelde premievrije voortzetting toegekend conform het toekenningpercentage uit onderstaande tabel.
 
Hoeveel procent bent u
arbeidsongeschikt?
Hoeveel procent gaat de
pensioenopbouw door?
0 tot 35% arbeidsongeschikt 0%
35 tot 45% arbeidsongeschikt    40%
45 tot 55% arbeidsongeschikt  50%
55 tot 65% arbeidsongeschikt   60%
65 tot 80% arbeidsongeschikt 72,5%
80 tot 100% arbeidsongeschikt 100%
 
3.  


 
De mate van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op basis van een beschikking van het uitvoeringsorgaan van de WIA. De deelnemer met aanspraak op de in dit artikel bedoelde premievrije voortzetting is verplicht het pensioenfonds onmiddellijk in kennis te stellen van een herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
 
4.

 
De in lid 1 dan wel in lid 2 bedoelde premievrije voortzetting gaat in op de eerste kalenderdag van de maand volgend op de ingangsdatum van de volledige dan wel gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, zoals vastgesteld op basis van een beschikking van het uitvoeringorgaan van de WIA.
 
5.


 
Indien en zodra de mate van arbeidsongeschiktheid wijzigt, wijzigt het toekenning-percentage overeenkomstig, met dien verstande dat het toekenningpercentage na beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman en de werknemer niet meer kan worden verhoogd.
 
6.
 
De premievrije voortzetting vindt plaats zolang de arbeidsongeschiktheid meer dan 35% bedraagt, doch uiterlijk tot de eerste kalenderdag van de maand waarin de deelnemer de pensioenrichtdatum bereikt of tot en met de maand van eerder overlijden van de deelnemer.

Artikel 14 ~ Beëindiging van het deelnemerschap wegens ontslag

Indien het deelnemerschap eindigt ten gevolge van ontslag vóór de pensioendatum, dan verkrijgt de gewezen deelnemer premievrije aanspraken op ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen, die gelijk zijn aan de op het moment van beëindiging van het deelnemerschap opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen.

Artikel 15 ~ Waardeoverdracht
 
1.  


 
Op verzoek van de deelnemer zal de waarde van zijn pensioenaanspraken, die bij de pensioenuitvoerder van zijn vorige werkgever zijn verkregen, worden overgedragen naar het pensioenfonds. Overdracht vindt plaats met inachtneming van de voorwaarden en de termijnen zoals vermeld in de Pensioenwet. De overgedragen waarde wordt omgezet in pensioenaanspraken volgens dit pensioenreglement.
 
2.


 
Op verzoek van de gewezen deelnemer zal de waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken naar de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever worden overgedragen, met inachtneming van de voorwaarden en de termijnen zoals vermeld in de Pensioenwet. De overgedragen waarde wordt omgezet in aanspraken volgens de pensioenregeling van de nieuwe werkgever.
 
3.

 
Overdracht van de waarde van het partnerpensioen is slechts mogelijk na schriftelijk instemming van de partner van de (gewezen) deelnemer. Het eventuele bijzonder partnerpensioen als bedoeld in artikel 16 kan niet worden overgedragen.
 
4.

 
De wijze waarop de waardeoverdracht plaatsvindt, evenals het vaststellen van de overdrachtswaarde, geschiedt in overeenstemming met de geldende wettelijke voorschriften.
 
5.
 
Het pensioenfonds is verplicht dan wel bevoegd om mee te werken aan de overige vormen van waardeoverdracht met inachtneming van de vereisten in de Pensioenwet.

Artikel 16 ~ Beëindiging van het partnerschap
 
1.






 
De (gewezen) deelnemer is verplicht binnen twee maanden na beëindiging van:
a. het huwelijk of geregistreerd partnerschap het pensioenfonds hiervan in kennis te stellen door het overleggen van een verklaring van inschrijving van de beëindiging in de registers van de burgerlijke stand;
b. de samenlevingsovereenkomst het pensioenfonds hiervan in kennis te stellen door het overleggen van een door de (gewezen) deelnemer en de (gewezen) partner ondertekende verklaring van de beëindiging van de samenlevingsovereenkomst.
Het pensioenfonds en werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen van te late kennisgeving.

 
2.

 
Indien een samenlevingsovereenkomst wordt beëindigd wegens het aangaan van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap van de (gewezen) deelnemer met de partner is het bepaalde in dit artikel niet van toepassing.
 
3.



 
Indien het partnerschap van de deelnemer wordt beëindigd, anders dan door overlijden, verkrijgt de gewezen partner een zodanige aanspraak op partnerpensioen als de deelnemer ten behoeve van zijn partner zou hebben verkregen, indien op het tijdstip van beëindiging van het partnerschap het deelnemerschap zou zijn beëindigd door beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman.
 
4.

 
Het partnerpensioen ten behoeve van de persoon die de partner van de (gewezen) deelnemer blijkt te zijn op het tijdstip van overlijden van de (gewezen) deelnemer wordt verminderd met het partnerpensioen waarop de gewezen partner(s) recht heeft (hebben) verkregen.
 
5.


 
Bij beëindiging van het partnerschap van een gewezen deelnemer verkrijgt de gewezen partner aanspraak op het partnerpensioen dat is opgebouwd tot de datum van beëindiging van het partnerschap en vervalt de aanspraak op partnerpensioen van de persoon die zijn partner blijkt te zijn op het tijdstip van overlijden.
 
6.


 
De aanspraak op partnerpensioen ten behoeve van de gewezen partner van de (gewezen) deelnemer wordt bijzonder partnerpensioen genoemd. De gewezen partner die recht heeft op bijzonder partnerpensioen wordt voor dit pensioenreglement aangemerkt als gewezen deelnemer vóór ingang van de pensioenuitkering en als pensioengerechtigde deelnemer ná ingang van de pensioenuitkering.
 
7.


 
Het bijzonder partnerpensioen ten behoeve van de gewezen partner van de (gewezen) deelnemer gaat in op de eerste kalenderdag van de maand waarin de (gewezen) deelnemer overlijdt. Het bijzonder partnerpensioen ten behoeve van de gewezen partner van de (gewezen) deelnemer is betaalbaar tot de eerste kalenderdag van de maand volgende op de dag van overlijden van de gewezen partner van de (gewezen) deelnemer.
 
8.







 
De aanspraak op bijzonder partnerpensioen ten behoeve van de (gewezen) partner van een (gewezen) deelnemer kan zonder de toestemming van de (gewezen) partner niet bij overeenkomst tussen de (gewezen) deelnemer en het pensioenfonds of werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman worden verminderd, anders dan bij afkoop zoals voorzien bij of krachtens de Pensioenwet. Elk beding, strijdig met het bepaalde in de voorgaande zin, is nietig. Het hiervoor bepaalde vindt geen toepassing indien de (gewezen) deelnemer en de (gewezen) partner bij huwelijkse voorwaarden, bij voorwaarden van een geregistreerd partnerschap, bij voorwaarden van een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de beëindiging van het partnerschap anders overeenkomen. De overeenkomst is slechts geldig indien zij tijdig aan het pensioenfonds is overlegd en indien aan de overeenkomst een verklaring van het pensioenfonds is gehecht, dat zij bereid is een uit de afwijking voortvloeiend pensioenrisico te dekken.
 
9.




 
Een gewezen partner met een recht op bijzonder partnerpensioen heeft het recht dit te vervreemden aan een eerdere of latere partner van de overleden (gewezen) deelnemer of pensioengerechtigde deelnemer, mits:
a. het pensioenfonds schriftelijk verklaart dat zij bereid is een eventueel uit die overdracht voortvloeiende wijziging van het risico te dekken;
b. de vervreemding onherroepelijk is; en
c. dit wordt overeengekomen bij notarieel verleden akte.

 
10.


 
Indien de gewezen partner komt te overlijden vóórdat het bijzonder partnerpensioen ten behoeve van de gewezen partner van de (gewezen) deelnemer tot uitkering is gekomen dan wel de gewezen partner afziet van een aanspraak op bijzonder partnerpensioen, valt dit bijzonder partnerpensioen weer toe aan de (gewezen) deelnemer of pensioengerechtigde deelnemer, tenzij de gewezen partner gebruik heeft gemaakt van de in artikel 5 van de Wet VPS vastgelegde mogelijkheid van conversie.

Artikel 17 ~ Pensioenverevening
 
1.


 
In geval van echtscheiding, scheiding van tafel en bed of beëindiging van een geregistreerd partnerschap, is de Wet VPS van toepassing. Er vindt ingevolge de
Wet VPS verevening van het tijdens het huwelijk dan wel geregistreerd partnerschap opgebouwde ouderdomspensioen plaats.

 
2.




 
Indien de (gewezen) deelnemer of de (gewezen) partner na beëindiging van een samenlevingsovereenkomst het tijdens de duur van de samenlevingsovereenkomst opgebouwde ouderdomspensioen wenst te verevenen, dient de (gewezen) deelnemer of de (gewezen) partner het pensioenfonds hiervan binnen twee jaar na beëindiging van de samenlevingsovereenkomst schriftelijk op de hoogte te stellen. Indien aan voornoemde voorwaarden is voldaan, wordt naar analogie van de Wet VPS het tijdens de duur van de samenlevingsovereenkomst opgebouwde ouderdomspensioen verevend.
 
3.







 
Het deel van het te verevenen ouderdomspensioen kan uitsluitend worden omgezet in een eigen recht op ouderdomspensioen voor de gewezen partner mits voldaan aan het navolgende:
a. de omzetting wordt door beide partijen overeengekomen bij huwelijkse voorwaarden of voorwaarden van geregistreerd partnerschap of bij een schriftelijke overeenkomst met het oog op de beëindiging van het partnerschap;
b. binnen twee jaar na het tijdstip van de beëindiging van het partnerschap is mededeling gedaan aan het pensioenfonds van de beëindiging van het partnerschap en van het tijdstip van beëindiging middels een door de (gewezen) deelnemer of de (gewezen) partner overlegd formulier, waarvan het model is vastgesteld door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
c. het pensioenfonds heeft ingestemd met de omzetting (zie lid 4).

 
4.



 
Het pensioenfonds zal niet instemmen met de beoogde omzetting zoals bedoeld in lid 3 indien een andere regeling voor toeslagverlening is overeengekomen dan die welke is beschreven in artikel 18 of indien de omzetting die wordt overeengekomen voor het pensioenfonds verzekeringstechnisch nadelig is. Het pensioenfonds zal dan slechts instemmen met de omzetting indien het recht op ouderdomspensioen van de gewezen partner ingaat op de bij het pensioenfonds geldende pensioenrichtdatum.
 
5.

 
Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing indien partijen pensioenverevening hebben uitgesloten bij huwelijkse voorwaarden of voorwaarden van geregistreerd partnerschap of bij een schriftelijke overeenkomst met het oog op de beëindiging van het partnerschap.
 
6.


 
De aanspraak op ouderdomspensioen ten behoeve van de gewezen partner wordt verevend ouderdomspensioen genoemd. De gewezen partner die recht heeft op verevend ouderdomspensioen wordt voor dit pensioenreglement aangemerkt als gewezen deelnemer vóór ingang van de pensioenuitkering en als pensioengerechtigde deelnemer ná ingang van de pensioenuitkering.
 
7.







 
Het verevend ouderdomspensioen ten behoeve van de gewezen partner van de (gewezen) deelnemer gaat in op de pensioendatum van de (gewezen) deelnemer, door wie de aanspraken op ouderdomspensioen zijn opgebouwd. Indien het ouderdomspensioen van de (gewezen) deelnemer, door wie de aanspraken op ouderdomspensioen zijn opgebouwd, wordt verlaagd of verhoogd, uitsluitend wegens ingang op een vroeger tijdstip als bedoeld in artikel 8 of later tijdstip als bedoeld in artikel 9, wordt het verevend ouderdomspensioen ten behoeve van de gewezen partner van de (gewezen) deelnemer op overeenkomstige wijze verlaagd of verhoogd. Het verevend ouderdomspensioen ten behoeve van de gewezen partner van de (gewezen) deelnemer is betaalbaar tot de eerste kalenderdag van de maand volgende op de dag van overlijden van de gewezen partner van de (gewezen) deelnemer dan wel de eerste kalenderdag van de maand volgende op de dag van overlijden van de (gewezen) deelnemer door wie de aanspraken op ouderdomspensioen zijn opgebouwd.
 
8.

 
Indien het tijdstip van beëindiging van het partnerschap ná de pensioenrichtdatum ligt, heeft het recht op uitkering ingang één maand ná de datum waarop het pensioenfonds het in lid 3 sub b genoemde formulier heeft ontvangen.
 
9.


 
Indien de gewezen partner komt te overlijden vóórdat het verevende ouderdomspensioen ten behoeve van de gewezen partner tot uitkering is gekomen, valt dit verevende ouderdomspensioen weer toe aan de (gewezen) deelnemer of pensioengerechtigde deelnemer, tenzij de gewezen partner gebruik heeft gemaakt van de in artikel 5 van de Wet VPS vastgelegde mogelijkheid van conversie.
 
10.
 
Het pensioenfonds is bevoegd de kosten van de verevening in gelijke delen in rekening te brengen aan de (gewezen) deelnemer en de (gewezen) partner dan wel in mindering te brengen op de aan hen uit te betalen bedragen.

Artikel 18 ~ Toeslagverlening

Voorwaardelijkheid
 
1.  





 
De toeslagverlening op pensioenaanspraken en pensioenrechten is voorwaardelijk. Er bestaat geen recht op toeslagverlening op pensioenaanspraken en pensioenrechten en het is ook voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening op pensioenaanspraken en pensioenrechten zal plaatsvinden. Een besluit om in enig jaar toeslagverlening op pensioenaanspraken en pensioenrechten toe te kennen, vormt geen garantie voor in toekomstige jaren toe te kennen toeslagverlening op pensioenaanspraken en pensioenrechten en houdt geen inperking in van de beleidsvrijheid die het bestuur heeft. Voor de voorwaardelijke toeslagtoezegging wordt geen reserve gevormd. Met uitzondering van het bepaalde in lid 8 wordt de toeslagverlening uit beleggingsrendement gefinancierd.
 
2.

 
Het bestuur beslist jaarlijks of en in hoeverre toeslagverlening op pensioenaanspraken en pensioenrechten kan worden toegekend. Bij het nemen van dit besluit laat het bestuur zich behalve door de beschikbare toeslagruimte zoals omschreven in lid 7 mede leiden door andere overwegingen, zoals, doch niet uitsluitend, de algemene economische situatie en de ontwikkelingen op de financiële markten.

Toeslagverlening voor de deelnemer
 
3.  







 
Indien en voor zover toeslagverlening wordt toegekend zoals bedoeld in lid 2, zullen de volgende pensioenaanspraken van de deelnemer voor toeslagverlening in aanmerking komen:
a. het totaal opgebouwd ouderdomspensioen;
b. het totaal opgebouwd partnerpensioen;
c. het totaal opgebouwd wezenpensioen;
d. de premievrij gemaakte pensioenaanspraken zoals bedoeld in artikel 25 lid 3;
e. de opgebouwde aanvullende pensioenaanspraak zoals bedoeld in artikel 25 lid 6;
f. de opgebouwde aanvullende pensioenaanspraak zoals bedoeld in artikel 25 lid 7;
g. de opgebouwde aanvullende pensioenaanspraak zoals bedoeld in artikel 25 lid 8.

Toeslagverlening voor de gewezen deelnemer
 
4.  













 
Indien en voor zover toeslagverlening wordt toegekend zoals bedoeld in lid 2, zullen de volgende pensioenaanspraken van de gewezen deelnemer voor toeslagverlening in aanmerking komen:
a. het premievrij ouderdomspensioen;
b. het premievrij partnerpensioen;
c. het premievrij wezenpensioen;
d. het bijzonder partnerpensioen;
e. het verevend dan wel geconverteerd ouderdomspensioen;
f. de premievrij gestelde pensioenaanspraken zoals bedoeld in artikel 13 lid 1;
g. de premievrij gestelde pensioenaanspraken zoals bedoeld in artikel 25 lid 9;
h. de premievrij gestelde pensioenaanspraken zoals bedoeld in artikel 25 lid 10;
i. de premievrij gemaakte pensioenaanspraken zoals bedoeld in artikel 25 lid 3;
j. het premievrij gemaakt vroegpensioen zoals bedoeld in artikel 25 lid 4;
k. de opgebouwde aanvullende pensioenaanspraak zoals bedoeld in artikel 25 lid 6;
l. de opgebouwde aanvullende pensioenaanspraak zoals bedoeld in artikel 25 lid 7;
m. de opgebouwde aanvullende pensioenaanspraak zoals bedoeld in artikel 25 lid 8.

Toeslagverlening voor de pensioengerechtigde deelnemer
 
5.  








 
Indien en voor zover toeslagverlening wordt toegekend zoals bedoeld in lid 2, zullen de volgende pensioenrechten van de pensioengerechtigde deelnemer voor toeslagverlening in aanmerking komen:
a. het ingegaan ouderdomspensioen;
b. het ingegaan deeltijdpensioen;
c. het ingegaan partnerpensioen;
d. het ingegaan wezenpensioen;
e. het ingegaan bijzonder partnerpensioen;
f. het ingegaan verevend dan wel geconverteerd ouderdomspensioen;
g. het ingegaan vroegpensioen zoals bedoeld in artikel 25 lid 4;
h. het ingegaan vroegpensioen zoals bedoeld in artikel 25 lid 5.

Toeslagmaatstaf
 
6.  



 
Het bestuur streeft ernaar, maar is daartoe niet verplicht, om jaarlijks per 1 januari op de pensioenaanspraken en pensioenrechten zoals bedoeld in lid 3 tot en met lid 5 een toeslag te verlenen op basis van maximaal 75% van de prijsindex en naar rato van de toeslagruimte zoals bedoeld in lid 7. De toeslagverlening wordt uitgedrukt in een percentage en wordt toegekend over de som van de pensioenaanspraken en/of pensioenrechten. Een overzicht van de gehanteerde toeslagpercentages sinds 1 januari 2011 is opgenomen in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement.

Toeslagruimte
 
7.  


 
De mate van toeslagverlening wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur en is afhankelijk van de financiële positie. Er kan alleen toeslagverlening plaatsvinden voor zover dit toekomstbestendig is. Dat wil zeggen dat de financiële positie zodanig is dat het te verlenen toeslagpercentage ook naar verwachting in de toekomst uitgekeerd zal kunnen worden. Het bestuur hanteert voor een besluit over de feitelijke toeslagtoekenning de onderstaande beleidsstaffel als leidraad:
 
Beleidsdekkingsgraad Toeslagverlening
Lager dan 110% Nihil
Tussen 110% en bovengrens      Naar rato
Boven bovengrens Volledige toeslagverlening + eventueel herstel van kortingen + eventueel inhaaltoeslagverlening
  
      De bovengrens wordt jaarlijks vastgesteld, zodanig dat deze voldoet aan de eis van toekomstbestendigheid. De wijze waarop dit gebeurt en een verdere detaillering van het toeslagbeleid, zijn opgenomen in de actuariële en bedrijfstechnische nota.

Verhoging toeslagverlening deelnemer
 
8.  




 
Het bestuur streeft ernaar, maar is daartoe niet verplicht, om op de voet van lid 6 de toeslagverlening op de pensioenaanspraken zoals bedoeld in lid 3 te verhogen tot maximaal de loonindex. Deze voorwaardelijke verhoging wordt eerst gefinancierd uit de premieruimte. De premieruimte is de premie voor de collectieve beschikbare premieregeling (30%) verminderd met de kostendekkende premie. Vervolgens kan een eventueel tekort gefinancierd worden uit de vrije middelen. De hoogte daarvan is afhankelijk van de toeslagruimte. De verhoging van de toeslagverlening uit de vrije middelen is het verschil tussen de loonindex en de toeslagruimte geformuleerd in lid 6, verhoogd met de toeslag gefinancierd uit de premieruimte en dit resultaat naar rato van de toeslagruimte zoals bedoeld in lid 7.

Inhaaltoeslagverlening
 
9.





 
Het bestuur zal bijhouden in hoeverre in enig kalenderjaar de toeslagverlening niet of niet volledig is toegekend om op basis daarvan te kunnen vaststellen of er aanleiding voor inhaaltoeslagverlening bestaat. Inhaaltoeslagverlening kan enkel plaatsvinden voor niet of niet volledig toegekende toeslagen over de periode van tien kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar van toekenning van inhaaltoeslagverlening. Inhaaltoeslagverlening van niet of niet volledig toegekende toeslagen in de periode vóór 1 januari 2006 wordt uitgesloten. Het bepaalde in lid 1 en lid 2 is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot het toekennen van inhaaltoeslagverlening. Een besluit om in enig jaar inhaaltoeslagverlening toe te kennen, vormt geen garantie voor in toekomstige jaren toe te kennen inhaaltoeslagverlening.
 
10.


 
Inhaaltoeslagverlening kan enkel plaatsvinden voor niet of niet volledig toegekende toeslagen over de periode van tien kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar van toekenning van inhaaltoeslagverlening. Inhaaltoeslagverlening van niet of niet volledig toegekende toeslagen in de periode vóór 1 januari 2006 wordt uitgesloten.
 
11.

 
Het bepaalde in lid 1 en lid 2 is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot het toekennen van inhaaltoeslagverlening. Een besluit om in enig jaar inhaaltoeslagverlening toe te kennen, vormt geen garantie voor in toekomstige jaren toe te kennen inhaaltoeslagverlening.
 
12.


 
Indien in een jaar de beleidsdekkingsgraad hoger is dan de bovengrens van het toeslagbeleid, kan het bestuur overgaan tot inhaaltoeslagverlening. Van het overschot boven de beleidsdekkingsgraad is 20% beschikbaar voor inhaaltoeslagverlening. Indien inhaaltoeslagverlening mogelijk is, zal de volgorde van reparatie zijn dat eerst de oudst gemiste toeslag binnen de 10-jaars termijn (pro rata) wordt gerepareerd.

Wijzigingen
 
13.
 
Toekomstige wijzigingen ten aanzien van het toeslagbeleid zijn verbindend voor alle deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigde deelnemers.

Artikel 19 ~ Informatieverstrekking
 
1.  


 
Bij aanmelding van de werknemer bij het pensioenfonds door werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman zal werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman alle inlichtingen betreffende de werknemer verstrekken die voor de in dit pensioenreglement vervatte pensioenregeling van belang zijn.
 
2.


 
Iedere belanghebbende is verplicht tot medewerking aan de goede uitvoering van dit pensioenreglement en dient aan het pensioenfonds alle gevraagde inlichtingen die voor de uitvoering van de pensioenregeling van belang zijn te verstrekken, zo nodig onder overlegging van officiële bescheiden.
 
3.


 
Iedere belanghebbende is in ieder geval verplicht aan het pensioenfonds – al dan niet via werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman – ten spoedigste schriftelijk melding te doen en de daartoe benodigde bewijsstukken overleggen van een wijziging in de persoonlijke leefsituatie.
 
4.

 
De deelnemer dient bij aanvang van een partnerschap op basis van een samenlevingsovereenkomst een afschrift van de notarieel verleden samenlevingsovereenkomst of een notarieel verleden uittreksel daaruit en een uittreksel uit het bevolkingsregister te overleggen.
 
5.



 
Het pensioenfonds kan, voor zover dit wettelijk is toegestaan, gezondheids-waarborgen van de (gewezen) deelnemer, pensioengerechtigde deelnemer of (gewezen) partner verlangen. De (gewezen) deelnemer, pensioengerechtigde deelnemer of (gewezen) partner dient de vereiste gegevens te verstrekken en dient zijn medewerking te verlenen aan een eventueel geneeskundig onderzoek. De voorwaarden waaronder bedoelde gegevens verstrekt dienen te worden, zijn vastgelegd en zijn op aanvraag bij het pensioenfonds beschikbaar.
 
6.




 
De deelnemer wordt jaarlijks geïnformeerd over de stand van zijn pensioenaanspraken. Deze informatieverplichting moet in ieder geval voldoen aan de eisen die de Pensioenwet eraan stelt. Bij beëindiging van de deelname aan de pensioenregeling, en daarna minimaal eens in de vijf jaar, ontvangt de gewezen deelnemer van het pensioenfonds ten minste de in de Pensioenwet omschreven verplichte informatie. Het pensioenfonds verstrekt aan de pensioengerechtigde deelnemer bij pensioeningang en daarna jaarlijks ten minste de in de Pensioenwet omschreven verplichte informatie.
 
7.



 
Het pensioenfonds verstrekt aan de partner op het moment dat deze de status van gewezen partner als bedoeld in artikel 16 verkrijgt, en daarna minimaal eens in de vijf jaar, ten minste de in de Pensioenwet omschreven verplichte informatie. Het pensioenfonds verstrekt aan de (gewezen) partner bij verevening als bedoeld in artikel 17, en daarna minimaal eens in de vijf jaar, ten minste de in de Pensioenwet omschreven verplichte informatie.
 
8.

 
Het pensioenfonds verstrekt aan (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigde deelnemers die zich in een andere lidstaat vestigen ten minste de in de Pensioenwet omschreven verplichte informatie.
 
9. Belanghebbenden kunnen op verzoek bepaalde, in de Pensioenwet omschreven, informatie ontvangen.

Artikel 20 ~ Herverzekering
 
1.  


 
Ter dekking van de verleende pensioenaanspraken en pensioenrechten kan het pensioenfonds de verplichtingen, voortvloeiende uit dit pensioenreglement, geheel of gedeeltelijk herverzekeren door het sluiten van overeenkomsten van levensverzekering met één of meer levensverzekeringmaatschappijen.
 
2.
 
Het pensioenfonds zal als contractant en begunstigde op de betreffende polissen worden aangewezen.
 
3. Bij volledige herverzekering is het pensioenfonds slechts aansprakelijk voor zover de verzekeraar zijn uit de overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen nakomt. De voorwaarden van deze overeenkomsten liggen voor de belanghebbende ter inzage.

Artikel 21 ~ Premie en financiering
 
1.






 
De voor de financiering van de uit dit pensioenreglement voortvloeiende pensioenaanspraken verschuldigde premie wordt door werkgever Venray, werkgever Breukelen, werkgever Veenman en de deelnemers gezamenlijk opgebracht. De deelnemersbijdrage betreft een percentage van de totaal verschuldigde premie. De verhouding tussen de werkgeversbijdrage en de deelnemersbijdrage is vastgesteld in het arbeidsvoorwaardenoverleg van werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman en kan, indien daartoe aanleiding is, gewijzigd vastgesteld worden in het arbeidsvoorwaardenoverleg van werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman. Een overzicht van de gehanteerde deelnemersbijdragen sinds 1 januari 2011 is opgenomen in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement.
 
2.



 
De bijdragen van zowel werkgever Venray als werkgever Breukelen als werkgever Veenman als de deelnemers zijn, overeenkomstig de tussen werkgever Venray, werkgever Breukelen, werkgever Veenman en het pensioenfonds gesloten uitvoeringsovereenkomst, jaarlijks bij vooruitbetaling aan het pensioenfonds verschuldigd. De wijze van betaling door werkgever Venray, werkgever Breukelen en werkgever Veenman is vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst.
 
3.




 
Gedurende de looptijd van een premieafspraak is sprake van een vaste premie uitgedrukt als percentage van de som van de pensioengrondslagen van de deelnemers aan de pensioenregeling, rekening houden met de bijbehorende deeltijdfactoren. Met ingang van
1 januari 2014 is dit percentage 30%. Dit percentage is zodanig vastgesteld dat dit op grond van de gehanteerde parameters naar verwachting toereikend zal zijn om de opbouwambitie waar te maken. Jaarlijks worden de in dat jaar opgebouwde pensioenaanspraken tegen koopsom ingekocht. De wijze van vaststelling van het premiepercentage is vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst.

 
4.





 
Werkgever Venray noch werkgever Breukelen noch werkgever Veenman geeft een garantie dat het vastgestelde premiepercentage voor de premieperiode voldoende zal zijn voor de opbouwambitie van de pensioenregeling. Met het voldoen van zijn bijdragen aan het pensioenfonds zoals omschreven in dit artikel, heeft werkgever Venray en werkgever Breukelen en werkgever Veenman aan al zijn financiële verplichtingen uit hoofde van dit pensioenreglement jegens het pensioenfonds voldaan. Werkgever Venray noch werkgever Breukelen noch werkgever Veenman kan worden verplicht tot betaling van een hogere premie dan overeengekomen op basis van de uitvoeringsovereenkomst. Werkgever Venray noch werkgever Breukelen noch werkgever Veenman kan aanspraak maken op premiekortingen of premieterugstortingen.
 
5.

 
De vastgestelde premie geldt voor een periode van vijf jaar, tenzij wijzigingen in wetgeving gedurende deze periode verlaging van de premiebijdrage mogelijk maken dan wel wijzigingen in wetgeving gedurende deze periode tot premieverhoging leiden.
 
6.




 
Als premieverlaging vanwege wijzigingen in wetgeving mogelijk is, zal het pensioenfonds op verzoek van de gezamenlijke bij het arbeidsvoorwaardenoverleg betrokken partijen berekenen of en zo ja, in welke mate premieverlaging mogelijk is, waarbij aansluiting zal worden gezocht bij de uitkomsten van de Asset Liability Management-analyses die zijn uitgevoerd in het kader van de totstandkoming van de pensioenregeling per 1 januari 2014. Premieverlaging vindt uitsluitend plaats nadat de gezamenlijke bij het arbeidsvoorwaardenoverleg betrokken partijen deze verlaging hebben geaccordeerd.
 
7.



 
Als premieverhoging vanwege wijzigingen in wetgeving noodzakelijk is, dan dient het pensioenfonds in overleg te treden met de gezamenlijke bij het arbeidsvoorwaardenoverleg betrokken partijen. Premieverhoging vindt uitsluitend plaats nadat de gezamenlijke bij het arbeidsvoorwaardenoverleg betrokken partijen deze verhoging hebben geaccordeerd. Premieverhoging kan niet tot gevolg hebben dat de per
1 januari 2014 geldende bijdrage in de premie voor de werkgever wordt verhoogd.

 
8.





 
Indien in enig kalenderjaar de bijdragen ten behoeve van de pensioenregeling onvoldoende mochten blijken ter financiering van de in dat jaar op te bouwen pensioenaanspraken, zal ten aanzien van de uit dit pensioenreglement voortvloeiende nog niet opgebouwde pensioenaanspraken en de pensioenaanspraken op risicobasis als volgt worden gehandeld:
a. met de gezamenlijke bij het arbeidsvoorwaardenoverleg betrokken partijen zal worden overlegd of de deelnemers premie wensen bij te storten;
b. indien het overleg bedoeld in sub a niet tot (voldoende) bijstorting van premie leidt, zal het opbouwpercentage worden vastgesteld op een naar rato van het premietekort verminderd percentage.

 
9.



 
Werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman kan de betaling van zijn premie verminderen of geheel staken, indien naar zijn oordeel het bedrijfsbelang dit noodzakelijk maakt als gevolg van een aantoonbare ingrijpende wijziging van omstandigheden. Wordt van dit recht gebruik gemaakt, dan zullen de op te bouwen pensioenaanspraken aan de gewijzigde omstandigheden worden aangepast en zal het pensioenreglement worden aangepast.
 
10.

 
Indien werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman tot het in lid 9 vermelde wenst over te gaan, stelt werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman de deelnemers en het pensioenfonds hiervan onmiddellijk schriftelijk in kennis. De op grond van reeds gedane betalingen verworven pensioenaanspraken zullen niet worden aangetast.

Artikel 22 ~ Wijziging van de pensioenregeling
 
1.  






 
Werkgever Venray en werkgever Breukelen en werkgever Veenman behouden zich eenzijdig het recht voor de pensioenovereenkomst zonder instemming van de werknemer te wijzigen, indien sprake is van een zodanig aantoonbaar zwaarwichtig belang van werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman, dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. Een beslissing tot wijziging van de pensioenovereenkomst zoals bedoeld in dit lid, wordt genomen door werkgever Venray en werkgever Breukelen en werkgever Veenman na goedkeuring van vakorganisaties Venray en ondernemingsraad Breukelen en ondernemingsraad Veenman en zal zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de deelnemers en de overige belanghebbenden worden medegedeeld.
 
2.

 
Tenzij bij of krachtens de Pensioenwet anders is bepaald, wordt, in geval van een wijziging van de pensioenovereenkomst, geen inbreuk gemaakt op het gedeelte van de pensioenaanspraken dat tot de datum van wijziging is opgebouwd.
 
3.






 
Het bestuur kan in enig jaar besluiten de opgebouwde pensioenaanspraken en/of de ingegane pensioenrechten te verminderen, indien
a. de technische voorzieningen en het minimaal vereist eigen vermogen niet meer volledig door waarden zijn gedekt;
b. het pensioenfonds niet in staat is binnen een redelijke termijn de technische voorzieningen en het minimaal vereist eigen vermogen door waarden te dekken zonder dat de belangen van (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigde deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, werkgever Venray of werkgever Breukelen of werkgever Veenman onevenredig worden geschaad; en
c. alle overige beschikbare sturingsmiddelen, met uitzondering van het beleggingsbeleid, zijn ingezet, zoals uitgewerkt in het kortetermijnherstelplan, bedoeld in artikel 140 van de Pensioenwet.

 
4.

 
Het pensioenfonds informeert de (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigde deelnemers, werkgever Venray, werkgever Breukelen en werkgever Veenman schriftelijk over het besluit tot vermindering als bedoeld in lid 3.
 
5.

 
De vermindering als bedoeld in lid 3 kan op zijn vroegst worden gerealiseerd één maand nadat de (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigde deelnemers, werkgever Venray, werkgever Breukelen, werkgever Veenman en de toezichthouder hierover geïnformeerd zijn.
 
6.

 
In het geval als bedoeld in lid 3 kan, indien in de volgende kalenderjaren het vermogen van het pensioenfonds dat toelaat, het bestuur besluiten de bedoelde korting geheel of ten dele ongedaan te maken.
 
7.


 
Bij toepassing van het bepaalde in lid 3 kan het bestuur gelijktijdig besluiten de te verlenen pensioenaanspraken in dat kalenderjaar met een bepaald percentage te korten. Het bepaalde in lid 4 tot en met lid 6 is dan van overeenkomstige toepassing op het korten van de te verlenen pensioenaanspraken.
 
8.


 
Indien de administratie van 's-Rijks Belastingen dan wel bij geschil de rechter in belastingzaken in hoogste instantie, in deze pensioenregeling een fiscaal bovenmatig element aanwezig acht, dat door werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman en de deelnemer niet als zodanig is bedoeld, zal deze pensioenregeling tot een aanvaardbaar niveau worden aangepast binnen de doelstelling van het pensioenfonds.

Artikel 23 ~ Pensioenregeling en arbeidsovereenkomst
 
1.  

 
De bepalingen van dit pensioenreglement maken deel uit van de arbeidsovereenkomst tussen werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman en de werknemer.
 
2.

 
In alle bij dit pensioenreglement niet voorziene gevallen en in geval van verschil van mening over de juiste interpretatie van de tekst van dit pensioenreglement neemt het bestuur een beslissing naar analogie van de bepalingen van dit pensioenreglement.
 
3.
 
Het bestuur is bevoegd artikelen uit het pensioenreglement buiten toepassing te laten dan wel daarvan af te wijken voor zover toepassing, gelet op het doel of strekking van de betreffende bepaling(en), zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 24 ~ Afkopen, vervreemden en prijsgeven van pensioen
 
1.  

 
De pensioenaanspraken en pensioenrechten ingevolge dit pensioenreglement kunnen niet worden afgekocht, vervreemd of prijsgegeven dan wel formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid worden, anders dan in de gevallen voorzien bij of krachtens de Pensioenwet.
 
2.



 
De aanspraak op ouderdomspensioen die een wettelijk vastgesteld bedrag niet te boven gaat, kan door het pensioenfonds na twee jaar na beëindiging van het deelnemerschap dan wel op de eerdere pensioenrichtdatum worden afgekocht. Hierbij worden de voorwaarden van de Pensioenwet in acht genomen. Een overzicht van de grensbedragen sinds 1 januari 2011 is opgenomen in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement.
 
3.


 
Het pensioenfonds heeft de mogelijkheid om de aanspraak op partnerpensioen van de partner bij ingang en de aanspraak op bijzonder partnerpensioen van de gewezen partner bij scheiding af te kopen, mits het (bijzonder) partnerpensioen het in lid 2 bedoelde grensbedrag niet te boven gaat. Hierbij worden de voorwaarden van de Pensioenwet in acht genomen.
 
4.

 
Het pensioenfonds heeft de mogelijkheid om de aanspraak op wezenpensioen van de wees bij ingang af te kopen, mits het wezenpensioen het in lid 2 bedoelde grens-bedrag niet te boven gaat. Hierbij worden de voorwaarden van de Pensioenwet in acht genomen.
 
5.

 
De waarde van de afkoop als bedoeld in lid 2 tot en met lid 4 wordt vastgesteld op basis van sekseneutrale afkoopfactoren. Een overzicht van deze factoren is opgenomen in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement.
 
6.




 
De aanspraak op ouderdomspensioen ten behoeve van de (gewezen) deelnemer kan zonder de toestemming van de partner niet bij overeenkomst tussen de (gewezen) deelnemer en het pensioenfonds of werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman worden verminderd, anders dan bij afkoop zoals voorzien bij of krachtens de Pensioenwet. Elk beding, strijdig met het bepaalde in de voorgaande zin, is nietig. Het hiervoor bepaalde vindt geen toepassing indien de (gewezen) deelnemer en de (gewezen) partner het recht op pensioenverevening ingevolge de Wet VPS hebben uitgesloten.
 
7.


 
De aanspraak op partnerpensioen ten behoeve van de partner van een (gewezen) deelnemer kan zonder de toestemming van de partner niet bij overeenkomst tussen de (gewezen) deelnemer en het pensioenfonds of werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen dan wel werkgever Veenman worden verminderd, anders dan bij afkoop zoals voorzien bij of krachtens de Pensioenwet. Elk beding, strijdig met het bepaalde in de voorgaande zin, is nietig.

Artikel 25 ~ Slotbepalingen en overgangsbepalingen
 
1.
 
Dit pensioenreglement wordt geacht in werking te zijn getreden op 1 juli 2015.
 
2.



 
Voor de (gewezen) deelnemer, die op 31 december 2013 als (gewezen) deelnemer stond geregistreerd, geldt dat de pensioenrichtdatum van de per 31 december 2013 opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen is verhoogd van de eerste kalenderdag waarin de (gewezen) deelnemer de 65-jarige leeftijd bereikt naar de kalenderdag waarop de (gewezen) deelnemer de 67-jarige leeftijd bereikt. De omrekening heeft plaatsgevonden op basis van collectieve actuariële gelijkwaardigheid.
 
3.




 
Alle pensioenaanspraken die tot 1 januari 2006 door de deelnemer van werkgever Venray dan wel werkgever Breukelen zijn opgebouwd, zijn premievrij gemaakt op basis van het tot 1 januari 2006 geldende pensioenreglement. Indien en zolang het deelnemerschap voortduurt, is op deze premievrij gemaakte pensioenaanspraken de toeslagverlening van toepassing zoals bedoeld in artikel 18 lid 3, lid 6, lid 7 en lid 8. Indien en zodra het deelnemerschap eindigt, is op deze premievrije pensioenaanspraken de toeslagverlening van toepassing zoals bedoeld in artikel 18 lid 4, lid 6 en lid 7.
 
4.




 
Ten aanzien van de ingang van het premievrij gemaakte vroegpensioen van de deelnemer van werkgever Venray geldt, dat dit vroegpensioen ingaat op de eerste kalenderdag van de maand waarin de (gewezen) deelnemer de 62,5-jarige leeftijd bereikt. De uitkering van vroegpensioen is betaalbaar tot de 65-jarige leeftijd of de eerdere datum van overlijden zoals genoemd in artikel 6 lid 2 van het tot 1 januari 2006 geldende pensioenreglement. Op het hier bedoelde vroegpensioen wordt toeslagverlening toegepast volgens de bepalingen in artikel 18 lid 4 tot en met lid 7 van het onderhavige pensioenreglement.
 
5.





 
Het conform het pensioenreglement van Stichting Flexibel Pensioen Xerox Amstelveen (geliquideerd) tot 1 januari 2006 door de deelnemer en door de gewezen deelnemer opgebouwde vroegpensioenkapitaal (collectief en individueel) is per 1 januari 2006 collectief actuarieel neutraal omgezet in extra aanspraken op ouderdomspensioen ingevolge het pensioenreglement per 1 januari 2006 van Stichting Pensioenbelangen Xerox Amstelveen (geliquideerd). De verplichtingen ten aanzien van het conform het pensioenreglement van Stichting Flexibel Pensioen Xerox Amstelveen (geliquideerd) vóór 1 januari 2006 ingegane vroegpensioen zijn overgenomen door het pensioenfonds. Op het hier bedoelde vroegpensioen wordt toeslagverlening toegepast volgens de bepalingen in artikel 18 lid 5 tot en met lid 7 van het onderhavige pensioenreglement.
 
6.


































 
De deelnemer, die op 31 december 2005 en op 1 januari 2006 als deelnemer met werkgever Venray stond geregistreerd, heeft met ingang van
1 januari 2006 recht op een aanvullende pensioenaanspraak. Deze aanvullende pensioenaanspraak is op 31 december 2005 vastgesteld op basis van het positieve verschil van:

a. de contante waarde van de aanspraken, uitgaande van de toekomstige deelnemersjaren gerekend vanaf 1 januari 2006, op vroegpensioen (op te bouwen tot uiterlijk de leeftijd van 60 jaar), ouderdomspensioen (op te bouwen tot uiterlijk de leeftijd van 65 jaar) en partnerpensioen (op te bouwen tot uiterlijk de leeftijd van 65 jaar, mits de deelnemer voor de opbouw van partnerpensioen heeft gekozen), conform het tot 1 januari 2006 geldende pensioenreglement; minus
b. de contante waarde van de aanspraken, uitgaande van de toekomstige deelnemersjaren gerekend vanaf 1 januari 2006, op ouderdomspensioen (op te bouwen tot uiterlijk de leeftijd van 62 jaar) en partnerpensioen (op te bouwen tot uiterlijk de leeftijd van 62 jaar, mits de deelnemer vóór 1 januari 2006 voor de opbouw van partnerpensioen had gekozen), conform het vanaf 1 januari 2006 geldende pensioenreglement.
Op basis van de resultante is een aanvullende pensioenaanspraak berekend. Deze aanvullende pensioenaanspraak bestaat uit een aanspraak op ouderdomspensioen en partnerpensioen, mits de deelnemer vóór 1 januari 2006 ervoor gekozen had om partnerpensioen op te bouwen, ter grootte van 70% van het ouderdomspensioen. Bij de vaststelling van deze aanvullende pensioenaanspraak is rekening gehouden met de in het verleden niet-benutte fiscale ruimte. De aanvullende pensioenaanspraak wordt namelijk verkregen door inkoop over perioden in het verleden waarin de deelnemer minder pensioenaanspraken heeft opgebouwd dan op grond van de fiscale regelgeving is toegestaan. Dit betekent dat de aanvullende pensioenaanspraak wordt beperkt naar de mate waarin er in het verleden geen fiscale ruimte is om de aanvullende pensioenaanspraak in te kopen. De opbouw en financiering van de aanvullende pensioenaanspraak vinden jaarlijks recht evenredig in de tijd plaats binnen een periode van maximaal 15 jaar vanaf 1 januari 2006 of een kortere periode, welke kortere periode ligt tussen 1 januari 2006 en de eerste kalenderdag van de maand waarin de deelnemer de 60-jarige leeftijd bereikt. Bij beëindiging van het deelnemerschap heeft de gewezen deelnemer recht op het tot dat moment op basis van bovengenoemde periode recht evenredig berekende deel van de aanvullende pensioenaanspraak, met dien verstande dat het mogelijk is dat voor bepaalde categorieën deelnemers afwijkende afspraken zijn of worden gemaakt. Deze afspraken zijn of worden vastgelegd in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement. Indien en zolang het deelnemerschap voortduurt, is op de aldus opgebouwde en gefinancierde aanvullende pensioenaanspraak de toeslagverlening van toepassing zoals bedoeld in artikel 18 lid 3, lid 6, lid 7 en lid 8. Indien en zodra het deelnemerschap eindigt, geldt voor deze toegekende aanvullende pensioenaanspraak de toeslagverlening zoals bedoeld in artikel 18 lid 4, lid 6 en lid 7. Bij de toezegging van de aanvullende pensioenaanspraak als bedoeld in dit lid geldt ingevolge artikel 4 lid 5 van het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004 de volgende clausule: Het pensioen dat voor u zal worden ingekocht, omdat u in het verleden gedurende uw dienstbetrekking(en) één of meer perioden hebt gehad, waarin minder pensioen is opgebouwd dan op grond van de fiscale regelgeving mogelijk is, wordt pas opgebouwd op het moment dat en voor zover de toegezegde aanspraken zijn gefinancierd. Wanneer uw deelname aan de pensioenregeling eindigt, voordat deze aanspraken (volledig) zijn gefinancierd, heeft u alleen recht op het op dat moment gefinancierde en opgebouwde deel van deze pensioenaanspraken. Indien bij beëindiging van de deelname aan de pensioenregeling nog geen toegezegd pensioen over verstreken dienstjaren voor u is ingekocht en opgebouwd, heeft u dus ook geen recht op dit deel van uw toezegging. Als aan u is toegezegd, dat pensioenaanspraken over verstreken dienstjaren worden ingekocht, dan moeten deze uiterlijk binnen vijftien jaren nadat de toezegging is gedaan, zijn gefinancierd. Wanneer u binnen die vijftien jaar met pensioen zou gaan, moeten de in te kopen pensioenaanspraken al eerder zijn gefinancierd, namelijk uiterlijk op het moment van uw pensionering. Een eenmaal gedane toezegging tot inkoop van aanspraken over het verleden kan in beginsel niet worden ingetrokken of gewijzigd.

 
7.









































 
De deelnemer, die op 31 december 2005 en op 1 januari 2006 als deelnemer met werkgever Breukelen stond geregistreerd, heeft met ingang van 1 januari 2006 recht op een aanvullende pensioenaanspraak. Deze aanvullende pensioenaanspraak is op 31 december 2005 vastgesteld op basis van de volgende rekenmethode:
a. de waarde van het te bereiken vroegpensioenkapitaal op leeftijd 62 jaar ter grootte van maximaal 70% van het pensioengevend jaarsalaris, waarbij rekening is gehouden met de financiering van de resterende opbouw van ouderdomspensioen en partnerpensioen ter grootte van 70% van het ouderdomspensioen vanaf leeftijd 62 jaar tot leeftijd 65 jaar, een en ander conform het tot 1 januari 2006 geldend pensioenreglement van Stichting Flexibel Pensioen Xerox Amstelveen (geliquideerd); plus
b. de contante waarde van de te bereiken aanspraken op ouderdomspensioen op leeftijd 62 jaar (uitgaande van de ingang van het ouderdomspensioen op leeftijd 65 jaar) en partnerpensioen ter grootte van 70% van het ouderdomspensioen, een en ander conform het tot
1 januari 2006 geldend pensioenreglement van Stichting Pensioenbelangen Xerox Amstelveen (geliquideerd); minus
c. de waarde van het tot 1 januari 2006 opgebouwd vroegpensioenkapitaal conform het tot 1 januari 2006 geldend pensioenreglement van Stichting Flexibel Pensioen Xerox Amstelveen (geliquideerd); minus
d. de contante waarde van alle tot 1 januari 2006 opgebouwde pensioenaanspraken conform het tot 1 januari 2006 geldend pensioenreglement van Stichting Pensioenbelangen Xerox Amstelveen (geliquideerd); minus
e. de contante waarde van de aanspraken, uitgaande van de toekomstige deelnemersjaren gerekend vanaf 1 januari 2006, op ouderdomspensioen op leeftijd 62 jaar (uitgaande van de ingang van het ouderdomspensioen op leeftijd 65 jaar) en partnerpensioen ter grootte van 70% van het ouderdomspensioen, een en ander conform het per 1 januari 2006 geldend pensioenreglement van Stichting Pensioenbelangen Xerox Amstelveen (geliquideerd).
Op basis van de resultante is een aanvullende pensioenaanspraak berekend. Deze aanvullende pensioenaanspraak bestaat uit een aanspraak op ouderdomspensioen en partnerpensioen ter grootte van 70% van het ouderdomspensioen. Bij de vaststelling van deze aanvullende pensioenaanspraak is rekening gehouden met de in het verleden niet-benutte fiscale ruimte. De aanvullende pensioenaanspraak wordt namelijk verkregen door inkoop over perioden in het verleden waarin de deelnemer minder pensioenaanspraken heeft opgebouwd dan op grond van de fiscale regelgeving is toegestaan. Dit betekent dat de aanvullende pensioenaanspraak wordt beperkt naar de mate waarin er in het verleden geen fiscale ruimte is om de aanvullende pensioenaanspraak in te kopen. De opbouw en financiering van de aanvullende pensioenaanspraak vinden jaarlijks recht evenredig in de tijd plaats binnen een periode van maximaal 15 jaar vanaf 1 januari 2006 of een kortere periode, welke kortere periode ligt tussen 1 januari 2006 en de eerste kalenderdag van de maand waarin de deelnemer de 60-jarige leeftijd bereikt. Bij beëindiging van het deelnemerschap heeft de gewezen deelnemer recht op het tot dat moment op basis van bovengenoemde periode recht evenredig berekende deel van de aanvullende pensioenaanspraak, met dien verstande dat het mogelijk is dat voor bepaalde categorieën deelnemers afwijkende afspraken zijn of worden gemaakt. Deze afspraken zijn of worden vastgelegd in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement. Indien en zolang het deelnemerschap voortduurt, is op de aldus opgebouwde en gefinancierde aanvullende pensioenaanspraak de toeslagverlening van toepassing zoals bedoeld in artikel 18 lid 3, lid 6, lid 7 en lid 8. Indien en zodra het deelnemerschap eindigt, geldt voor deze toegekende aanvullende pensioenaanspraak de toeslagverlening zoals bedoeld in artikel 18 lid 4, lid 6 en lid 7. Bij de toezegging van de aanvullende pensioenaanspraak als bedoeld in dit lid geldt ingevolge artikel 4 lid 5 van het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004 de volgende clausule: Het pensioen dat voor u zal worden ingekocht, omdat u in het verleden gedurende uw dienstbetrekking(en) één of meer perioden hebt gehad, waarin minder pensioen is opgebouwd dan op grond van de fiscale regelgeving mogelijk is, wordt pas opgebouwd op het moment dat en voor zover de toegezegde aanspraken zijn gefinancierd. Wanneer uw deelname aan de pensioenregeling eindigt, voordat deze aanspraken (volledig) zijn gefinancierd, heeft u alleen recht op het op dat moment gefinancierde en opgebouwde deel van deze pensioenaanspraken. Indien bij beëindiging van de deelname aan de pensioenregeling nog geen toegezegd pensioen over verstreken dienstjaren voor u is ingekocht en opgebouwd, heeft u dus ook geen recht op dit deel van uw toezegging. Als aan u is toegezegd, dat pensioenaanspraken over verstreken dienstjaren worden ingekocht, dan moeten deze uiterlijk binnen vijftien jaren nadat de toezegging is gedaan, zijn gefinancierd. Wanneer u binnen die vijftien jaar met pensioen zou gaan, moeten de in te kopen pensioenaanspraken al eerder zijn gefinancierd, namelijk uiterlijk op het moment van uw pensionering. Een eenmaal gedane toezegging tot inkoop van aanspraken over het verleden kan in beginsel niet worden ingetrokken of gewijzigd.

 
8.





















 
De werknemer die op 31 december 2008 en op 1 januari 2009 in dienst was bij werkgever Veenman heeft met ingang van 1 januari 2009 recht op een extra pensioenaanspraak uit hoofde van de voorwaardelijke overgangsregeling bij Pensioenfonds Corporate Express, waarbij de extra pensioenaanspraken volgens de bij Pensioenfonds Corporate Express geldende overgangsregeling zijn verlaagd. Deze extra pensioenaanspraak wordt toegekend conform de systematiek betreffende de in lid 5 en lid 6 vermelde aanvullende pensioenaanspraak. Een deel van de voorwaardelijke overgangsregeling zal per 1 januari 2009 direct worden ingekocht. De opbouw en financiering van het nog toe te kennen deel van de voorwaardelijke overgangsregeling vindt jaarlijks recht evenredig in de tijd plaats binnen een periode van maximaal 12 jaar vanaf
1 januari 2009 of een kortere periode, welke kortere periode ligt tussen 1 januari 2009 en de eerste kalenderdag van de maand waarin de deelnemer de 60-jarige leeftijd bereikt. Bij beëindiging van het deelnemerschap heeft de gewezen deelnemer recht op het tot dat moment op basis van bovengenoemde periode recht evenredig berekende deel van de extra pensioenaanspraak.
Indien en zolang het deelnemerschap voortduurt, is op de aldus opgebouwde en gefinancierde aanvullende pensioenaanspraak de toeslagverlening van toepassing zoals bedoeld in artikel 18 lid 3, lid 6, lid 7 en lid 8. Indien en zodra het deelnemerschap eindigt, geldt voor deze toegekende aanvullende pensioenaanspraak de toeslagverlening zoals bedoeld in artikel 18 lid 4, lid 6 en lid 7. Bij de toezegging van de aanvullende pensioenaanspraak als bedoeld in dit lid geldt ingevolge artikel 4 lid 5 van het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004 de volgende clausule: Het pensioen dat voor u zal worden ingekocht, omdat u in het verleden gedurende uw dienstbetrekking(en) één of meer perioden hebt gehad, waarin minder pensioen is opgebouwd dan op grond van de fiscale regelgeving mogelijk is, wordt pas opgebouwd op het moment dat en voor zover de toegezegde aanspraken zijn gefinancierd. Wanneer uw deelname aan de pensioenregeling eindigt, voordat deze aanspraken (volledig) zijn gefinancierd, heeft u alleen recht op het op dat moment gefinancierde en opgebouwde deel van deze pensioenaanspraken. Indien bij beëindiging van de deelname aan de pensioenregeling nog geen toegezegd pensioen over verstreken dienstjaren voor u is ingekocht en opgebouwd, heeft u dus ook geen recht op dit deel van uw toezegging. Als aan u is toegezegd, dat pensioenaanspraken over verstreken dienstjaren worden ingekocht, dan moeten deze uiterlijk binnen vijftien jaren nadat de toezegging is gedaan, zijn gefinancierd. Wanneer u binnen die vijftien jaar met pensioen zou gaan, moeten de in te kopen pensioenaanspraken al eerder zijn gefinancierd, namelijk uiterlijk op het moment van uw pensionering. Een eenmaal gedane toezegging tot inkoop van aanspraken over het verleden kan in beginsel niet worden ingetrokken of gewijzigd.

 
9.
















 
In afwijking van het bepaalde ten aanzien van arbeidsongeschiktheid in artikel 13, geldt voor de deelnemer voor wie reeds vóór 1 januari 2004 salarisdoorbetaling dan wel aanvulling van werkgever Venray dan wel premievrije voortzetting plaatsvond, het volgende:
a. Tijdens de duur van volledige arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO (zijnde arbeidsongeschiktheid van 65% of meer), wordt de opbouw van pensioenaanspraken premievrij voortgezet op basis van de pensioengrondslag, welke geldt op de laatste kalenderdag van de maand waarin de arbeidsovereenkomst tussen werkgever Venray en de werknemer wordt beëindigd. Op de pensioengrondslag vindt toeslagverlening plaats conform het bepaalde in artikel 18 lid 4.
b. Tijdens de duur van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO, wordt de in sub a bedoelde premievrije voortzetting stopgezet.
c. De mate van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op basis van een beschikking van het uitvoeringsorgaan van de WAO. De deelnemer met aanspraak op de in dit lid bedoelde premievrije voortzetting is verplicht het pensioenfonds onmiddellijk in kennis te stellen van een herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
d. De in sub a dan wel in sub b bedoelde (stopzetting van de) premievrije voortzetting gaat in op de eerste kalenderdag van de maand volgend op de ingangsdatum van de volledige dan wel gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, zoals vastgesteld op basis van een beschikking van het uitvoeringsorgaan van de WAO.
e. Indien en zodra de mate van arbeidsongeschiktheid wijzigt, wijzigt het toekenningpercentage overeenkomstig, met dien verstande dat het toekenningpercentage na beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen werkgever Venray en de werknemer niet meer kan worden verhoogd.
f. De premievrije voortzetting vindt plaats zolang de arbeidsongeschiktheid meer dan 65% bedraagt, doch uiterlijk tot de eerste kalenderdag van de maand waarin de deelnemer de pensioendatum bereikt of tot en met de maand van eerder overlijden van de deelnemer.

 
10.






 
In afwijking van het bepaalde ten aanzien van arbeidsongeschiktheid in artikel 13, geldt voor de deelnemer voor wie reeds vóór 1 januari 2004 salarisdoorbetaling dan wel aanvulling van werkgever Breukelen dan wel premievrije voortzetting plaatsvond, het volgende:
a. Tijdens de duur van volledige arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO (zijnde arbeidsongeschiktheid van 65% of meer), wordt de opbouw van pensioenaanspraken premievrij voortgezet op basis van de pensioengrondslag, welke geldt op de laatste kalenderdag van de maand waarin de arbeidsovereenkomst tussen werkgever Breukelen en de werknemer wordt beëindigd. Op de pensioengrondslag vindt toeslagverlening plaats conform het bepaalde in artikel 18 lid 4.
b. Tijdens de duur van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO, wordt de in sub a bedoelde premievrije voortzetting verlaagd door vermenigvuldiging met het toekenningpercentage uit onderstaande tabel.
Hoeveel procent bent u
arbeidsongeschikt?
Hoeveel procent gaat de
pensioenopbouw door?
0 tot 15% arbeidsongeschikt 0%
15 tot 25% arbeidsongeschikt    20%
25 tot 35% arbeidsongeschikt  30%
35 tot 45% arbeidsongeschikt   40%
45 tot 55% arbeidsongeschikt 50%
55 tot 65% arbeidsongeschikt 60%
65 tot 100% arbeidsongeschikt 100
  c. De mate van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op basis van een beschikking van het uitvoeringsorgaan van de WAO. De deelnemer met aanspraak op de in dit artikel bedoelde premievrije voortzetting is verplicht het pensioenfonds onmiddellijk in kennis te stellen van een herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
  d. De in sub a dan wel in sub b bedoelde premievrije voortzetting gaat in op de eerste kalenderdag van de maand volgend op de ingangsdatum van de volledige dan wel gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, zoals vastgesteld op basis van een beschikking van het uitvoeringsorgaan van de WAO.
  e. Indien en zodra de mate van arbeidsongeschiktheid wijzigt, wijzigt het toekenningpercentage overeenkomstig, met dien verstande dat het toekenningpercentage na beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen werkgever Breukelen en de werknemer niet meer kan worden verhoogd.
  f. De premievrije voortzetting vindt plaats zolang de arbeidsongeschiktheid meer dan 15% bedraagt, doch uiterlijk tot de eerste kalenderdag van de maand waarin de deelnemer de pensioendatum bereikt of tot en met de maand van eerder overlijden van de deelnemer.
 
11.





 
De deelnemer, die op 31 december 2005 als deelnemer van werkgever Venray staat geregistreerd, behoudt ook na 1 januari 2006 recht op tijdelijk partnerpensioen. Het jaarlijks tijdelijk partnerpensioen bedraagt 10% van het laatst berekende bereikbare ouderdomspensioen. Het tijdelijk partnerpensioen is uiterlijk betaalbaar tot de eerste kalenderdag van de maand waarop de deelnemer die een uitkering van tijdelijk partnerpensioen ontvangt de 65-jarige leeftijd bereikt. Het tijdelijk partnerpensioen mag niet meer bedragen dan 8/7 van de nominale uitkering ingevolge de Anw, vermeerderd met de vakantie-uitkering en het verschil in verschuldigde premie voor de volksverzekeringen vóór en ná de AOW-gerechtigde leeftijd. Een overzicht van de grensbedragen sinds 1 januari 2011 is opgenomen in een uitvoeringsbesluit bij dit pensioenreglement.
 
12.



 
Het recht op uitruil van partnerpensioen in ouderdomspensioen, zoals bedoeld in artikel 11, is in werking getreden op 1 januari 2002 en is uitsluitend van toepassing op degene die deelnemer is op of ná 1 januari 2002. Het recht op uitruil van ouderdomspensioen in partnerpensioen, zoals bedoeld in artikel 12, is in werking getreden op 1 januari 2007 en is uitsluitend van toepassing op degene die deelnemer is op of ná
1 januari 2007.

 
13.

 
Dit pensioenreglement is niet van toepassing op de gewezen deelnemer en de pensioengerechtigde deelnemer die geen gebruik heeft gemaakt van de geboden mogelijkheid de bij Amev Levensverzekeringen N.V. opgebouwde pensioenaanspraken per 1 januari 2000 over te dragen aan het pensioenfonds.
 

Bijlage 1 ~ Ploegenpensioenregeling
 

De ploegenpensioenregeling zoals bedoeld in deze bijlage heeft uitsluitend betrekking op:

a. de deelnemer die een ploegentoeslag van werkgever Venray geniet of heeft genoten; en
b. de deelnemer die een ploegentoeslag van werkgever Breukelen geniet of heeft genoten en daarnaast op of ná 1 januari 2001 (opnieuw) is gaan deelnemen.
Voor de deelnemer als bedoeld onder sub b geldt dat de ploegenpensioenregeling zoals bedoeld in deze bijlage in werking is getreden per 1 januari 2001.

 
1.
 
Het deelnemerschap vangt aan op de eerste kalenderdag van de maand waarin de deelnemer ploegentoeslag gaat genieten.
 
2.



 
Het deelnemerschap eindigt:
a. op de dag van overlijden van de deelnemer;
b. op de dag direct voorafgaand aan de pensioendatum;
c. op de laatste kalenderdag van de maand waarin de ploegentoeslag vervalt.

 
3.



 
Het deelnemerschap geeft aanspraak op verzekering van ploegenpartnerpensioen op risicobasis. Het deelnemerschap geeft geen aanspraak op opbouw van aanspraken op ploegenouderdomspensioen, ploegenpartnerpensioen en ploegenwezenpensioen. Bij beëindiging van het deelnemerschap aan de in deze bijlage bedoelde ploegen-pensioenregeling, anders dan door overlijden en behoudens het bepaalde in lid 4, bestaan derhalve geen pensioenaanspraken.
 
4.

 
De gewezen deelnemer, die na beëindiging van het deelnemerschap recht heeft op een uitkering op grond van de WW, behoudt, gedurende de periode dat hij de uitkering ontvangt, aanspraak op ploegenpartnerpensioen.
 
5.

 
Het opnemen van onbetaald verlof tot een maximum van 18 maanden door de deelnemer tijdens het deelnemerschap is niet van invloed op de dekking uit hoofde van het ploegenpartnerpensioen.
 
6.






 
Voor de navolgende vaststelling van de hoogte van het ploegenpartnerpensioen op risicobasis wordt uitgegaan van de fictie dat sprake zou zijn van opbouw van ploegenouderdomspensioen. De pensioengevende ploegentoeslag is gelijk aan de ploegentoeslag op jaarbasis, welke geldt op
1 januari van het betreffende kalenderjaar of op het tijdstip van latere aanvang van het deelnemerschap. Het in enig jaar fictief op te bouwen jaarlijkse ploegenouderdomspensioen bedraagt 1,875% van de pensioengevende ploegentoeslag in dat kalenderjaar. Indien gedurende een gedeelte van het kalenderjaar wordt deelgenomen aan deze ploegenpensioenregeling, bedraagt het in dat kalenderjaar fictief op te bouwen ploegenouderdomspensioen een evenredig deel van het in de vorige zin bedoelde fictieve ploegen-ouderdomspensioen. Het in enig kalenderjaar verzekerde ploegenpartnerpensioen op risicobasis bedraagt 70% van het in dat kalenderjaar fictief op te bouwen ploegenouderdomspensioen.

 
7.



 
Het ploegenpartnerpensioen op risicobasis wordt toegekend aan de partner van de deelnemer, indien de deelnemer overlijdt tijdens de periode van deelname aan deze ploegenpensioenregeling, en is gelijk aan 70% van het fictieve opgebouwde ploegenouderdomspensioen, dat zou gelden indien het deelnemerschap aan deze ploegenpensioenregeling tot de pensioenrichtdatum zou zijn voortgezet met de pensioengevende ploegentoeslag die geldt in het kalenderjaar van overlijden van de deelnemer.
 
8.
 
Het ploegenpartnerpensioen op risicobasis gaat in op de eerste kalenderdag van de maand waarin de deelnemer overlijdt.
 
9.

 
De uitkering van ploegenpartnerpensioen op risicobasis is betaalbaar tot de eerste kalenderdag van de maand volgende op de dag van overlijden van degene aan wie de uitkering van ploegenpartnerpensioen op risicobasis toekomt.
 
10.
 
De deelnemer is voor de in deze bijlage bedoelde ploegenpensioenregeling geen bijdrage verschuldigd.
 
11.
 
Voor de deelnemer die direct voorafgaand aan de duur van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA ploegentoeslag ontving, kan het toekenningpercentage gecorrigeerd worden.

Bijlage 2 ~ Ploegenpensioenregeling werkgever Breukelen tot 1 januari 2014

De ploegenpensioenregeling zoals bedoeld in deze bijlage is in werking getreden per
1 januari 1995 en heeft uitsluitend betrekking op de deelnemer die een ploegentoeslag van werkgever Breukelen geniet of heeft genoten en daarnaast op of ná 1 januari 1995 doch vóór 1 januari 2001 (opnieuw) is gaan deelnemen.

 
1.
 
Het deelnemerschap vangt aan op de eerste kalenderdag van de maand waarin de deelnemer ploegentoeslag gaat genieten.
 
2.



 
Het deelnemerschap eindigt:
a. op de dag van overlijden van de deelnemer;
b. op de dag direct voorafgaand aan de pensioendatum;
c. op de laatste kalenderdag van de maand waarin de ploegentoeslag vervalt.

 
3.



 
Het deelnemerschap geeft aanspraak op:
a. ploegenouderdomspensioen voor de deelnemer;
b. ploegenpartnerpensioen voor de partner van de deelnemer; en
c.
ploegenwezenpensioen voor de kinderen van de deelnemer.

 
4.

 
Bij beëindiging van het deelnemerschap aan de in deze bijlage bedoelde ploegenpensioenregeling behoudt de (gewezen) deelnemer aanspraak op de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraken op ploegenouderdomspensioen, ploegenpartnerpensioen en ploegenwezenpensioen.
 
5.

 
Het opnemen van onbetaald verlof tot een maximum van 18 maanden door de deelnemer tijdens het deelnemerschap is niet van invloed op de dekking uit hoofde van het ploegenpartnerpensioen.
 
6.

 
De pensioengevende ploegentoeslag is gelijk aan de ploegentoeslag op jaarbasis welke geldt op 1 januari van het betreffende kalenderjaar of op het tijdstip van latere aanvang van het deelnemerschap.
 
7.




 
Het in enig jaar op te bouwen jaarlijks ploegenouderdomspensioen bedraagt 1,875% van de pensioengevende ploegentoeslag in dat kalenderjaar. Indien gedurende een gedeelte van het kalenderjaar wordt deelgenomen aan deze ploegenpensioen-regeling, bedraagt het in dat kalenderjaar op te bouwen ploegenouderdomspensioen een evenredig deel van het in de vorige zin bedoelde ploegenouderdomspensioen. Het in enig kalenderjaar op te bouwen ploegenpartnerpensioen bedraagt 70% van het in dat kalenderjaar op te bouwen ploegenouderdomspensioen. Het in enig kalenderjaar op te bouwen ploegenwezenpensioen bedraagt 14% van het in dat kalenderjaar op te bouwen ploegenouderdomspensioen.
 
8.


 
In geval van overlijden van de deelnemer heeft zijn partner recht op een ploegen-partnerpensioen ter grootte van 70% van het ploegenouderdomspensioen, dat zou gelden indien de deelname aan deze ploegenpensioenregeling tot de pensioenrichtdatum zou zijn voortgezet met de pensioengevende ploegentoeslag, die geldt in het kalenderjaar van overlijden.
 
9.


 
In geval van overlijden van de deelnemer heeft ieder kind van de deelnemer aanspraak op een ploegenwezenpensioen van 14% van het ploegenouderdomspensioen, dat zou gelden indien de deelname tot de pensioenrichtdatum zou zijn voortgezet met de pensioengevende ploegentoeslag, die geldt in het kalenderjaar van overlijden.
 
10.

 
In geval van overlijden van de gewezen deelnemer of de gepensioneerde deelnemer, heeft zijn partner aanspraak op het opgebouwde ploegenpartnerpensioen en heeft ieder van zijn kinderen recht op het opgebouwde ploegenwezenpensioen.
 
11.


 
De deelnemer is voor de in deze bijlage bedoelde ploegenpensioenregeling een bijdrage verschuldigd van 6% van de pensioengevende ploegentoeslag. De bijdrage voor het ploegenpartnerpensioen van de deelnemer die onbetaald verlof tot een maximum van 18 maanden opneemt (lid 5) blijft ongewijzigd.
 
12.







 
Op de pensioenaanspraken zoals bedoeld in deze bijlage is mede overeenkomstig hetgeen bepaald is in:
a. artikel 15;
b. artikel 16;
c. artikel 17;
d. artikel 18; hierbij wordt onder gewezen deelnemer mede verstaan de deelnemer, die geen ploegentoeslag meer geniet, maar nog wel deelnemer is aan de pensioenregeling;
e. artikel 19;
f. artikel 20.

 
13.
 
Voor de deelnemer die direct voorafgaand aan de duur van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA ploegentoeslag ontving, kan het toekenningpercentage gecorrigeerd worden.
 

Uitvoeringsbesluit ~ Overzicht van cijfers en bedragen (behorend bij artikel 1 lid 19, artikel 4 lid 2, artikel 18 lid 6, artikel 21 lid 1 en artikel 24 lid 2)


In dit uitvoeringsbesluit is een overzicht opgenomen van de voor de opbouw van pensioenaanspraken van belang zijnde gegevens, die jaarlijks aan verandering onderhevig (kunnen) zijn. Daarbij worden tevens de relevante artikelen in het pensioenreglement vermeld.

 
  2017
 
2016
 
2015
 
2014
 
2013
 
Maximaal pensioengevend jaarsalaris (€)
Artikel 1 lid 19
 
103.317

 
101.519

 
100.000

 
n.v.t.    

 
n.v.t.    

 

Franchise (€)

Artikel 4 lid 2
 
13.123

 
12.953

 
12.642

 
13.449

 
13.227

 

Grensbedrag afkoop (€)

Artikel 24 lid 2
 
467,89

 
465,94

 
462,88

 
458,06

 
451,22

 

Toeslagtoekenning deelnemer (%)

Artikel 18 lid 3
 
0,00

 
0,00

 
0,00

 
0,00

 
0,00

 

Toeslagtoekenning gewezen en pensioengerechtigde deelnemer (%)

Artikel 18 lid 4

Artikel 18 lid 5
 
0,00


 
0,00


 
0,00


 
0,00


 
0,00


 

Deelnemersbijdrage werkgever Venray (%)

Artikel 21 lid 1
 
6,0

 
6,0

 
6,0

 
6,0

 
7,0

 

Deelnemersbijdrage werkgever Breukelen (%)

Artikel 2 lid 1
 
6,6

 
6,6

 
6,6

 
6,6

 
7,7

 

Deelnemersbijdrage werkgever Veenman (%)*

Artikel 21 lid 1
6,0
 
6,0
 
6,0
 
6,0
 
6,0
 
   

* Voor deelnemers die vóór 1 januari 2009 in dienst zijn getreden bij werkgever Veenman bedraagt de deelnemersbijdrage 0,0%.


Uitvoeringsbesluit ~ Richtlijnen voor flexibilisering (behorend bij artikel 7 lid 4, artikel 8 lid 4, artikel 9 lid 6, artikel 10 lid 4, artikel 11 lid 7 en artikel 12 lid 5)

In dit uitvoeringsbesluit is een overzicht opgenomen van de voor de verschillende vormen van flexibilisering van belang zijnde actuariële factoren, die periodiek aan verandering onderhevig (kunnen) zijn. Daarbij worden tevens de relevante artikelen in het pensioenreglement vermeld.
 

Vervroeging ouderdomspensioen (artikel 7 + artikel 8)

 
Pensioenleeftijd                                   
 
Ouderdomspensioen vóór vervroeging
(€)
Ouderdomspensioen ná vervroeging
(€)
66 jaar 1.000 945
65 jaar 1.000 895
64 jaar 1.000 849
63 jaar 1.000 807
62 jaar 1.000 767
61 jaar 1.000 730
60 jaar 1.000 696
59 jaar 1.000 665
58 jaar 1.000 635
57 jaar 1.000 608
56 jaar 1.000 582
55 jaar 1.000 559
54 jaar 1.000 536
53 jaar 1.000 515
52 jaar 1.000 496
51 jaar 1.000 477
50 jaar 1.000 460


De tabel geeft aan hoeveel vervroegd ouderdomspensioen wordt verkregen door de vervroeging van €1.000 opgebouwd ouderdomspensioen. Als de pensioendatum ligt op een tussenliggende leeftijd, dan wordt lineair tussen de omliggende factoren geïnterpoleerd. Het partnerpensioen behoudt hetzelfde niveau als vóór de vervroeging. Op verzoek van de (gewezen) deelnemer kan de verhouding partnerpensioen/ouderdomspensioen eventueel gelijk gehouden worden. In dat geval zal worden afgeweken van de factoren in de tabel.

 

Deze tabel is per 1 januari 2017 voor een periode van vijf jaar vastgesteld door het bestuur na advies van de adviserende actuaris en kan tussentijds worden aangepast indien de leeftijdsopbouw en/of de samenstelling en/of de sterfteontwikkeling van het deelnemersbestand daartoe aanleiding geeft (geven). Tevens zal jaarlijks per 1 januari worden bezien of op advies van de adviserende actuaris de tabel dient te worden aangepast op basis van de actuele marktrente.
 

Uitstel ouderdomspensioen (artikel 9)

 
Pensioenleeftijd                          
 
Ouderdomspensioen vóór uitstel
(€)
Ouderdomspensioen ná uitstel
(€)
67 jaar 1.000 1.000
68 jaar 1.000 1.060
69 jaar 1.000 1.127
70 jaar 1.000 1.203
71 jaar 1.000 1.287
72 jaar 1.000 1.383


De tabel geeft aan hoeveel uitgesteld ouderdomspensioen wordt verkregen door het uitstellen van €1.000 opgebouwd ouderdomspensioen. Als de pensioendatum ligt op een tussenliggende leeftijd, dan wordt lineair tussen de omliggende factoren geïnterpoleerd. Het partnerpensioen behoudt hetzelfde niveau als vóór het uitstellen. Op verzoek van de (gewezen) deelnemer kan de verhouding partnerpensioen/ouderdomspensioen eventueel gelijk gehouden worden. In dat geval zal worden afgeweken van de factoren in de tabel.

 

Deze tabel is per 1 januari 2017 voor een periode van vijf jaar vastgesteld door het bestuur na advies van de adviserende actuaris en kan tussentijds worden aangepast indien de leeftijdsopbouw en/of de samenstelling en/of de sterfteontwikkeling van het deelnemersbestand daartoe aanleiding geeft (geven). Tevens zal jaarlijks per 1 januari worden bezien of op advies van de adviserende actuaris de tabel dient te worden aangepast op basis van de actuele marktrente.

Herschikking ouderdomspensioen – hoog-laag constructie (artikel 7 + artikel 10)
 
Pensioenleeftijd                 

 
Ouderdomspensioen vóór
herschikking en vervroeging
(€)
Ouderdomspensioen ná   
herschikking (hoog)
(€)
Ouderdomspensioen ná  
herschikking (laag)
(€)
75 jaar 1.000 1.180 885
72,5 jaar 1.000 1.195 896
70 jaar 1.000 1.208 906
67 jaar 1.000 1.220 915
66 jaar 1.000 1.224 918
65 jaar 1.000 1.228 921
64 jaar 1.000 1.231 923
63 jaar 1.000 1.235 926
62 jaar 1.000 1.237 928
61 jaar 1.000 1.240 930
60 jaar 1.000 1.243 932
59 jaar 1.000 1.245 934
58 jaar 1.000 1.247 935
57 jaar 1.000 1.249 937
56 jaar 1.000 1.251 938
55 jaar 1.000 1.253 940


De tabel geeft aan hoeveel verhoogd (vervroegd dan wel uitgesteld) ouderdomspensioen wordt verkregen door de omzetting van €1.000 opgebouwd ouderdomspensioen. Als de pensioendatum ligt op een tussenliggende leeftijd, dan wordt lineair tussen de omliggende factoren geïnterpoleerd. Het verlaagde ouderdomspensioen na afloop van de periode van het verhoogde (vervroegde dan wel uitgestelde) ouderdomspensioen bedraagt 75% van het verhoogde (vervroegde dan wel uitgestelde) ouderdomspensioen. Het partnerpensioen behoudt hetzelfde niveau als vóór de vervroeging. Op verzoek van de (gewezen) deelnemer kan de verhouding partnerpensioen/ouderdomspensioen eventueel gelijk gehouden worden. In dat geval zal worden afgeweken van de factoren in de tabel.

 

Deze tabel is per 1 januari 2017 voor een periode van vijf jaar vastgesteld door het bestuur na advies van de adviserende actuaris en kan tussentijds worden aangepast indien de leeftijdsopbouw en/of de samenstelling en/of de sterfteontwikkeling van het deelnemersbestand daartoe aanleiding geeft (geven). Tevens zal jaarlijks per 1 januari worden bezien of op advies van de adviserende actuaris de tabel dient te worden aangepast op basis van de actuele marktrente

Herschikking ouderdomspensioen – laag-hoog constructie (artikel 7 + artikel 10)
 
Pensioenleeftijd                     

 
Ouderdomspensioen vóór
herschikking en na vervroeging
(€)
Ouderdomspensioen ná       
herschikking (laag)
(€)
Ouderdomspensioen ná      
herschikking (hoog)
(€)
75 jaar 1.000 831 1.108
72,5 jaar 1.000 821 1.095
70 jaar 1.000 813 1.084
67 jaar 1.000 806 1.075
66 jaar 1.000 804 1.072
65 jaar 1.000 802 1.069
64 jaar 1.000 800 1.067
63 jaar 1.000 798 1.064
62 jaar 1.000 796 1.061
61 jaar 1.000 795 1.060
60 jaar 1.000 793 1.057
59 jaar 1.000 792 1.056
58 jaar 1.000 791 1.055
57 jaar 1.000 790 1.053
56 jaar 1.000 789 1.052
55 jaar 1.000 788 1.051
 

De tabel geeft aan hoeveel verlaagd (vervroegd dan wel uitgesteld) ouderdomspensioen wordt verkregen door de omzetting van €1.000 opgebouwd ouderdomspensioen. Als de pensioendatum ligt op een tussenliggende leeftijd, dan wordt lineair tussen de omliggende factoren geïnterpoleerd. Het verlaagde ouderdomspensioen bedraagt 75% van het verhoogde (vervroegde dan wel uitgestelde) ouderdomspensioen. Het partnerpensioen behoudt hetzelfde niveau als voor de herschikking. Op verzoek van de (gewezen) deelnemer kan de verhouding partnerpensioen/ouderdomspensioen eventueel gelijk gehouden worden. In dat geval zal worden afgeweken van de factoren in de tabel.

 

Deze tabel is per 1 januari 2017 voor een periode van vijf jaar vastgesteld door het bestuur na advies van de adviserende actuaris en kan tussentijds worden aangepast indien de leeftijdsopbouw en/of de samenstelling en/of de sterfteontwikkeling van het deelnemersbestand daartoe aanleiding geeft (geven). Tevens zal jaarlijks per 1 januari worden bezien of op advies van de adviserende actuaris de tabel dient te worden aangepast op basis van de actuele marktrente.
 

Uitruil partnerpensioen in ouderdomspensioen (artikel 11)

 
Pensioenleeftijd                                 

 
Partnerpensioen vóór uitruil              
en vervroeging of uitstel
(€)
Ouderdomspensioen ná uitruil       
en vervroeging of uitstel
(€)
67 jaar 1.000 348
66 jaar 1.000 333
65 jaar 1.000 318
64 jaar 1.000 304
63 jaar 1.000 291
62 jaar 1.000 278
61 jaar 1.000 266
60 jaar 1.000 255
59 jaar 1.000 243
58 jaar 1.000 233
57 jaar 1.000 222
56 jaar 1.000 212
55 jaar 1.000 203
54 jaar 1.000 194
53 jaar 1.000 185
52 jaar 1.000 177
51 jaar 1.000 169
50 jaar 1.000 162


De tabel geeft aan hoeveel ouderdomspensioen wordt verkregen door de uitruil van €1.000 opgebouwd partnerpensioen in ouderdomspensioen. Als de pensioendatum ligt op een tussenliggende leeftijd, dan wordt lineair tussen de omliggende factoren geïnterpoleerd. Indien de (gewezen) deelnemer kiest voor zowel uitruil van partnerpensioen in ouderdomspensioen als vervroeging of uitstel van ouderdomspensioen, zullen eerst de factoren met betrekking tot uitruil van partnerpensioen in ouderdomspensioen toegepast worden en vervolgens de factoren met betrekking tot vervroeging of uitstel van ouderdomspensioen.

 

Deze tabel is per 1 januari 2017 voor een periode van vijf jaar vastgesteld door het bestuur na advies van de adviserende actuaris en kan tussentijds worden aangepast indien de leeftijdsopbouw en/of de samenstelling en/of de sterfteontwikkeling van het deelnemersbestand daartoe aanleiding geeft (geven). Tevens zal jaarlijks per 1 januari worden bezien of op advies van de adviserende actuaris de tabel dient te worden aangepast op basis van de actuele marktrente.
 

Uitruil ouderdomspensioen in partnerpensioen (artikel 12)
 

Pensioenleeftijd                          
 
Ouderdomspensioen vóór uitstel
(€)
Partnerpensioen ná uitstel       
(€)
67 jaar 1.000 2.878
66 jaar 1.000 2.842
65 jaar 1.000 2.813
64 jaar 1.000 2.789
63 jaar 1.000 2.769
62 jaar 1.000 2.754
61 jaar 1.000 2.743
60 jaar 1.000 2.735
59 jaar 1.000 2.732
58 jaar 1.000 2.731
57 jaar 1.000 2.735
56 jaar 1.000 2.742
55 jaar 1.000 2.752
54 jaar 1.000 2.765
53 jaar 1.000 2.780
52 jaar 1.000 2.798
51 jaar 1.000 2.817
50 jaar 1.000 2.838
49 jaar 1.000 2.861
48 jaar 1.000 2.884
47 jaar 1.000 2.909
46 jaar 1.000 2.934
45 jaar 1.000 2.959
44 jaar 1.000 2.985
43 jaar 1.000 3.011
42 jaar 1.000 3.038
41 jaar 1.000 3.065
40 jaar 1.000 3.092
39 jaar 1.000 3.120
38 jaar 1.000 3.149
37 jaar 1.000 3.178
36 jaar 1.000 3.207
35 jaar 1.000 3.237
34 jaar 1.000 3.267
33 jaar 1.000 3.299
32 jaar 1.000 3.331
31 jaar 1.000 3.363
30 jaar 1.000 3.397
29 jaar 1.000 3.430
28 jaar 1.000 3.465
27 jaar 1.000 3.501
26 jaar 1.000 3.537
25 jaar 1.000 3.574
24 jaar 1.000 3.612
23 jaar 1.000 3.650
22 jaar 1.000 3.689
21 jaar 1.000 3.729
20 jaar 1.000 3.769
 

De tabel geeft aan hoeveel partnerpensioen wordt verkregen door de uitruil van €1.000 opgebouwd ouderdomspensioen in partnerpensioen. Als de uitruildatum ligt op een tussenliggende leeftijd, dan wordt lineair tussen de omliggende factoren geïnterpoleerd. Indien de (gewezen) deelnemer kiest voor zowel uitruil van ouderdoms-pensioen in partnerpensioen als vervroeging of uitstel van ouderdomspensioen, zullen eerst de factoren met betrekking tot uitruil van ouderdomspensioen in partnerpensioen toegepast worden en vervolgens de factoren met betrekking tot vervroeging of uitstel van ouderdomspensioen.

 

Deze tabel is per 1 januari 2017 voor een periode van vijf jaar vastgesteld door het bestuur na advies van de adviserende actuaris en kan tussentijds worden aangepast indien de leeftijdsopbouw en/of de samenstelling en/of de sterfteontwikkeling van het deelnemersbestand daartoe aanleiding geeft (geven). Tevens zal jaarlijks per 1 januari worden bezien of op advies van de adviserende actuaris de tabel dient te worden aangepast op basis van de actuele marktrente.

Uitvoeringsbesluit ~ Sekseneutrale afkoopfactoren (behorend bij artikel 24 lid 5)

In dit uitvoeringsbesluit is een overzicht opgenomen van de sekseneutrale afkoopfactoren behorende bij het bepaalde in artikel 24 lid 5.
 
Leeftijd  
  


 
Ouderdoms-
pensioen        


 
Vroeg-
pensioen        


 
Latent
partner-
pensioen
met uitruil      
Latent
partner-
pensioen        
zonder uitruil
Ingegaan      
partner-
pensioen

 
Ingegaan     
wezen-
pensioen
tot 21 jaar     
Ingegaan      
wezen-
pensioen
tot 27 jaar
0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 19,206 n.v.t.
1 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 18,426 n.v.t.
2 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 17,634 n.v.t.
3 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 16,829 n.v.t.
4 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 16,010 n.v.t.
5 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 15,177 n.v.t.
6 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 14,330 n.v.t.
7 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 13,468 n.v.t.
8 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 12,590 n.v.t.
9 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 11,696 n.v.t.
10 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 10,786 n.v.t.
11 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 9,858 n.v.t.
12 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 8,915 n.v.t.
13 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 7,957 n.v.t.
14 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 6,985 n.v.t.
15 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 6,001 n.v.t.
16 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 5,008 n.v.t.
17 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 4,010 n.v.t.
18 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3,007 n.v.t.
19 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,004 n.v.t.
20 6,961 n.v.t. 1,705 1,462 41,647 1,001 n.v.t.
21 7,136 n.v.t. 1,767 1,516 41,404 0,000 6,001
22 7,315 n.v.t. 1,830 1,571 41,153 n.v.t. 5,008
23 7,498 n.v.t. 1,896 1,628 40,894 n.v.t. 4,010
24 7,684 n.v.t. 1,964 1,687 40,627 n.v.t. 3,007
25 7,874 n.v.t. 2,034 1,747 40,351 n.v.t. 2,004
26 8,068 n.v.t. 2,106 1,810 40,067 n.v.t. 1,001
27 8,266 n.v.t. 2,179 1,873 39,774 n.v.t. 0,000
28 8,467 n.v.t. 2,255 1,939 39,471 n.v.t. n.v.t.
29 8,672 n.v.t. 2,333 2,006 39,159 n.v.t. n.v.t.
30 8,881 n.v.t. 2,413 2,075 38,838 n.v.t. n.v.t.
31 9,093 n.v.t. 2,495 2,146 38,506 n.v.t. n.v.t.
32 9,308 n.v.t. 2,579 2,218 38,165 n.v.t. n.v.t.
33 9,527 n.v.t. 2,665 2,292 37,812 n.v.t. n.v.t.
34 9,750 n.v.t. 2,753 2,368 37,450 n.v.t. n.v.t.
35 9,975 n.v.t. 2,843 2,445 37,078 n.v.t. n.v.t.
36 10,203 n.v.t. 2,934 2,524 36,694 n.v.t. n.v.t.
37 10,434 n.v.t. 3,028 2,604 36,300 n.v.t. n.v.t.
38 10,667 n.v.t. 3,124 2,686 35,894 n.v.t. n.v.t.
39 10,902 n.v.t. 3,222 2,769 35,477 n.v.t. n.v.t.
40 11,139 n.v.t. 3,321 2,854 35,048 n.v.t. n.v.t.
41 11,377 n.v.t. 3,422 2,940 34,609 n.v.t. n.v.t.
42 11,616 n.v.t. 3,524 3,026 34,158 n.v.t. n.v.t.
43 11,856 n.v.t. 3,628 3,114 33,696 n.v.t. n.v.t.
44 12,095 n.v.t. 3,732 3,202 33,221 n.v.t. n.v.t.
45 12,333 1,927 3,838 3,291 32,736 n.v.t. n.v.t.
46 12,569 1,960 3,944 3,380 32,239 n.v.t. n.v.t.
47 12,803 1,993 4,051 3,469 31,733 n.v.t. n.v.t.
48 13,035 2,028 4,158 3,557 31,215 n.v.t. n.v.t.
49 13,265 2,065 4,265 3,646 30,685 n.v.t. n.v.t.
50 13,495 2,103 4,372 3,733 30,144 n.v.t. n.v.t.
51 13,725 2,144 4,479 3,820 29,590 n.v.t. n.v.t.
52 13,954 2,185 4,583 3,905 29,027 n.v.t. n.v.t.
53 14,185 2,227 4,687 3,988 28,454 n.v.t. n.v.t.
54 14,417 2,269 4,788 4,068 27,868 n.v.t. n.v.t.
55 14,653 2,310 4,888 4,146 27,272 n.v.t. n.v.t.
56 14,892 2,348 4,984 4,220 26,665 n.v.t. n.v.t.
57 15,136 2,382 5,076 4,290 26,048 n.v.t. n.v.t.
58 15,384 2,412 5,164 4,354 25,420 n.v.t. n.v.t.
59 15,638 2,436 5,246 4,413 24,783 n.v.t. n.v.t.
60 15,896 2,455 5,324 4,466 24,136 n.v.t. n.v.t.
61 16,158 2,470 5,394 4,511 23,482 n.v.t. n.v.t.
62 16,422 2,481 5,458 4,549 22,820 n.v.t. n.v.t.
63 16,688 1,991 5,514 4,578 22,147 n.v.t. n.v.t.
64 16,956 n.v.t. 5,562 4,597 21,465 n.v.t. n.v.t.
65 17,224 n.v.t. 5,600 4,607 20,776 n.v.t. n.v.t.
66 17,496 n.v.t. 5,629 4,605 20,080 n.v.t. n.v.t.
67 17,773 n.v.t. 5,646 5,646 19,378 n.v.t. n.v.t.
68 17,052 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 18,668 n.v.t. n.v.t.
69 16,334 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 17,956 n.v.t. n.v.t.
70 15,620 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 17,242 n.v.t. n.v.t.
71 14,908 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 16,522 n.v.t. n.v.t.
72 14,202 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 15,804 n.v.t. n.v.t.
73 13,503 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 15,083 n.v.t. n.v.t.
74 12,811 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 14,364 n.v.t. n.v.t.
75 12,127 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 13,647 n.v.t. n.v.t.
76 11,454 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 12,935 n.v.t. n.v.t.
77 10,795 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 12,230 n.v.t. n.v.t.
78 10,152 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 11,535 n.v.t. n.v.t.
79 9,528 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 10,852 n.v.t. n.v.t.
80 8,921 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 10,179 n.v.t. n.v.t.
81 8,336 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 9,525 n.v.t. n.v.t.
82 7,778 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 8,891 n.v.t. n.v.t.
83 7,240 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 8,276 n.v.t. n.v.t.
84 6,729 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 7,683 n.v.t. n.v.t.
85 6,243 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 7,110 n.v.t. n.v.t.
86 5,781 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 6,563 n.v.t. n.v.t.
87 5,349 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 6,047 n.v.t. n.v.t.
88 4,943 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 5,561 n.v.t. n.v.t.
89 4,566 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 5,102 n.v.t. n.v.t.
90 4,215 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 4,674 n.v.t. n.v.t.
91 3,895 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 4,284 n.v.t. n.v.t.
92 3,595 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3,919 n.v.t. n.v.t.
93 3,321 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3,585 n.v.t. n.v.t.
94 3,070 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3,281 n.v.t. n.v.t.
95 2,842 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3.006 n.v.t. n.v.t.
96 2,636 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,757 n.v.t. n.v.t.
97 2,451 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,535 n.v.t. n.v.t.
98 2,284 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,338 n.v.t. n.v.t.
99 2,137 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,166 n.v.t. n.v.t.
100 2,007 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,018 n.v.t. n.v.t.

Deze tabel is per 1 januari 2017 voor een periode van één jaar vastgesteld door het bestuur na advies van de adviserende actuaris en kan tussentijds worden aangepast indien de leeftijdsopbouw en/of de samenstelling en/of de sterfteontwikkeling van het deelnemersbestand en/of de marktrente daartoe aanleiding geeft (geven).

Uitvoeringsbesluit ~ Aanvullende pensioenaanspraak werkgever Venray en werkgever Breukelen (behorend bij artikel 25 lid 6 en lid 7)

In geval van gedwongen/niet-verwijtbaar ontslag zal, voor zover de zogenaamde aanvullende pensioenaanspraak nog niet geheel is afgefinancierd, dit alsnog per einddatum dienstverband plaatsvinden. De financiering komt voor rekening van werkgever Venray indien de werknemer een arbeidsovereenkomst heeft met werkgever Venray. De financiering komt voor rekening van werkgever Breukelen indien de werknemer een arbeidsovereenkomst heeft met werkgever Breukelen.